Europese Rekenkamer brengt rapport uit over uitrol van 5G in de EU

Contentverzamelaar

Europese Rekenkamer brengt rapport uit over uitrol van 5G in de EU
In het speciaal verslag roept de Europese Rekenkamer op een nieuwe impuls te geven aan de uitrol van 5G, de nieuwe wereldwijde draadloze norm voor mobiele netwerken, in de Europese Unie. Lidstaten hebben aanzienlijke vertraging opgelopen bij de implementatie van hun 5G-netwerken, waardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU op het gebied van toegang en dekking in gevaar komt. Verdere inspanningen zijn nodig om beveiligingskwesties bij de invoering van 5G op een consistente en gecoördineerde manier aan te pakken.

Het rapport van de Europese Rekenkamer stelt dat 5G-diensten essentieel zijn voor een breed scala van toepassingen die tal van sectoren van de EU-economie en het dagelijkse leven van burgers ten goede komen. Hoewel 5G veel groeimogelijkheden biedt, zijn er ook risico’s aan verbonden. Door het beperkte aantal leveranciers dat 5G-netwerken kan aanleggen en exploiteren, nemen de afhankelijkheid en de risico’s in verband met inmenging door “vijandige overheidsactoren” toe.

In een actieplan van 2016 heeft de Europese Commissie vastgesteld dat 2025 de deadline is voor de uitrol van 5G in alle stedelijke gebieden en op alle belangrijke transportroutes. In maart vorig jaar heeft de Commissie een streefdoel vastgesteld om tegen 2030 te zorgen voor 5G-dekking in de hele EU. Het rapport merkt op dat slechts de helft van de lidstaten deze doelstellingen in hun nationale 5G-strategieën heeft opgenomen. De Commissie heeft de lidstaten ondersteund bij het bereiken van deze doelstellingen door middel van verschillende initiatieven, richtsnoeren en financiering. De verwachte kwaliteit van 5G-diensten is echter nooit duidelijk omschreven. Volgens het rapport zou dit kunnen leiden tot ongelijkheden in de toegang tot en de kwaliteit van 5G-diensten in de hele EU, waardoor de “digitale kloof” nog groter wordt.

Alle lidstaten, met uitzondering van Cyprus, Litouwen, Malta en Portugal, hebben volgens het rapport de tussentijdse doelstelling van 2020 behaald dat ten minste één grote stad toegang tot 5G heeft. Veel EU-landen liggen echter niet op schema met de uitrol van hun 5G-netwerken. De Commissie acht de kans dat deze doelstelling voor 2025 wordt gehaald voor 16 EU-landen in het beste geval middelgroot (voor 11 EU-landen, waaronder Nederland), en in het slechtste geval klein (voor 5 EU-landen). In november 2021 hadden 23 lidstaten de EU-richtlijn, waarin onder meer termijnen zijn vastgesteld voor de toewijzing van 5G-pioniersbanden, nog steeds niet omgezet. Het rapport stelt dat in dit uitvoeringstempo de EU-doelstellingen voor het huidige decennium zeer waarschijnlijk niet zullen worden gehaald.

Het rapport benoemt ook dat de uitrol van 5G gepaard gaat met beveiligingskwesties. In de EU-lidstaten gevestigde leveranciers zijn verplicht de normen en wettelijke voorschriften van de EU na te leven maar zes van de acht grootste leveranciers zijn echter niet in de EU gevestigd. Wetgeving in derde landen kan aanzienlijk afwijken van de EU-normen, bijvoorbeeld wat betreft de bescherming van persoonsgegevens. Het rapport uit bezorgdheid over het feit dat gebruikers in de EU mogelijk worden onderworpen aan buitenlandse wetgeving wanneer controlecentra in niet-EU-landen staan.
De snelle reactie van de Europese Commissie inzake vaststelling van de EU-toolbox voor 5G-cyberbeveiliging in januari 2020 kwam echter te laat voor een aantal mobiele-netwerkexploitanten die hun leveranciers reeds hadden geselecteerd.

Het rapport merkt ook op dat er, ondanks de grensoverschrijdende aard van de kwesties inzake de beveiliging van 5G, weinig openbare informatie beschikbaar is over de wijze waarop de EU-landen beveiligingskwesties, en in het bijzonder de kwestie van leveranciers met een hoog risico, aanpakken. Dit maakt het voor de lidstaten lastig om een gecoördineerde aanpak te volgen. Ook beperkt het de mogelijkheid voor de Commissie om verbeteringen in de veiligheid van 5G-netwerken voor te stellen.

Aangezien de in de toolbox opgenomen maatregelen niet bindend zijn, hebben de lidstaten in de praktijk uiteenlopende benaderingen toegepast wat betreft het gebruik van apparatuur van specifieke leveranciers of de reikwijdte van de beperkingen ten aanzien van leveranciers met een hoog risico. Indien lidstaten leveranciers met een hoog risico zonder overgangsperiode van hun netwerken uitsluiten, kan dit hoge vervangingskosten met zich meebrengen. Het is op dit moment niet duidelijk of compensatie voor dergelijke kosten als staatssteun kan worden beschouwd en of dit in overeenstemming zou zijn met de mededingingsregels van de EU. Tot dusver heeft de Commissie niet beoordeeld wat de impact kan zijn wanneer een lidstaat zijn 5G-netwerken bouwt met apparatuur van een leverancier die in een andere lidstaat als leverancier met een hoog risico wordt beschouwd. Volgens het rapport kan een dergelijk scenario gevolgen hebben voor de grensoverschrijdende veiligheid en de werking van de EU-interne markt zelf.

Meer informatie:
Persbericht Europese Rekenkamer
ECER-dossier: Digitalisering