Contentverzamelaar

Fiscale 30%-regeling voor expats in beginsel in lijn met het vrije werknemersverkeer
De forfaitaire belastingvrije vergoeding van 30% van het loon voor werknemers die meer dan 150 km van de Nederlandse grens wonen en in Nederland komen werken, strookt in beginsel met het EU-recht. Voorwaarde is wel dat geen sprake is van systematische overcompensatie. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Hoge Raad.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 24 februari 2015 in de   zaak C-512/13, Sopora tegen de staatssecretaris van Financiën.

De “30%-regeling”, ook wel de expat-regeling, voorziet in een belastingvrije vergoeding van kosten van werknemers die vanuit het buitenland in Nederland komen werken. Deze kosten moeten wel kunnen worden aangetoond. Voor werknemers die van ver komen (meer dan 150 km van de Nederlandse grens), is de regeling extra gunstig: de belastingvrije vergoeding bedraagt 30% van het loon. Dit is een forfait, de werknemers hoeven de werkelijke kosten niet aan te tonen.   De Nederlandse wetgever is van mening dat werknemers bij een afstand van meer dan 150 km niet meer dagelijks op en neer kunnen reizen. Zij worden er in beginsel toe gebracht in Nederland te gaan wonen, wat aanzienlijke extra kosten voor levensonderhoud met zich brengt.

De Nederlandse Hoge Raad heeft het EU-Hof vragen gesteld over de betekenis van het vrije verkeer van werknemers (artikel 45 EU-Werkingsverdrag, VWEU) voor deze Nederlandse expat-regeling.

Dit naar aanleiding van een procedure die is aangespannen door een Duitse werknemer die vanuit de Duitse grensstreek in Nederland kwam werken. Deze werknemer had recht op de belastingvrije vergoeding van de gemaakte kosten, maar geen recht op het forfait. De werknemer stelde dat het onderscheid dat de regeling maakt tussen buitenlandse werknemers < 150 km van de grens (geen forfait) en buitenlandse werknemers > 150 km van de grens (wel forfait) in strijd is met het vrij verkeer van werknemers (artikel 45 VWEU).

De Duitse werknemer krijgt geen gelijk van het Hof.

Het Hof beslist allereerst dat ook een onderscheid tussen werknemers uit verschillende lidstaten onder de werking van artikel 45 VWEU valt. Deze bepaling verbiedt immers ook discriminatie tussen niet-ingezeten werknemers, indien deze ertoe leidt dat de onderdanen van bepaalde lidstaten op ongerechtvaardigde wijze worden bevoordeeld ten opzichte van anderen, aldus het Hof.

Het Hof erkent verder dat alle buitenlandse werknemers profiteren van de belastingvrije kostenvergoeding, maar dat de verlichting van de administratieve last, die is verbonden aan het forfait, is voorbehouden aan werknemers > 150 km van de grens.

Het Hof ziet evenwel geen principiële bezwaren tegen het gebruik van het forfait als zodanig, noch tegen de afstand tot de grens als toepassingsvoorwaarde en de hoogte van het forfait. Er kan evenwel wél sprake zijn van een indirecte discriminatie of een belemmering als het forfait systematisch leidt tot een duidelijke overcompensatie van de werkelijke kosten. De Hoge Raad moet dit nagaan, aldus het EU-Hof.

Deze uitspraak is gunstig voor de staatssecretaris van Financiën aangezien de uitgangspunten van de 30%-regeling overeind blijven. Of sprake is van systematische overcompensatie moet duidelijk worden in het vervolg van de procedure voor de Hoge Raad.