Contentverzamelaar

Geen export van WAO-toeslag voor Turkse Nederlanders
Turkse werknemers die de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen, hebben net als andere Nederlanders geen recht om in Turkije de toeslag op hun WAO-uitkering te blijven ontvangen. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Centrale Raad van Beroep.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 15 januari 2015 in de zaak C-171/13, Demirci.

 

De verzoekers in deze zaak hebben in Nederland gewerkt en hebben naast de Turkse ook de Nederlandse nationaliteit verworven. Nadat zij arbeidsongeschikt zijn verklaard, zijn zij met een WAO-uitkering, aangevuld met een toeslag op basis van de Toeslagenwet (TW) naar Turkije teruggekeerd. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) is de exporteerbaarheid van deze toeslagen afgebouwd.

 

Het Hof oordeelt dat het Associatieverdrag EU-Turkije en de daarop gebaseerde associatiebesluiten zich niet verzetten tegen deze exportbeperking.

 

De afbouw van toeslagen voor de Turks-Nederlandse werknemers moet niet worden beoordeeld aan de hand van het associatierecht. Volgens het Hof moeten Turks-Nederlandse werknemers op dezelfde wijze worden behandeld als andere Nederlanders en Unieburgers, voor wie ook geldt dat de toeslagen niet mogen worden geƫxporteerd. Deze Turkse werknemers hebben immers het recht om in Nederland te blijven of daarheen terug te keren.

 

Het EU-Hof onderstreept dat deze zaak verschilt van de zaak C-485/07, Akdas. Daarin  ging het om  werknemers die op grond van de TW dezelfde toeslag hadden ontvangen maar enkel de Turkse nationaliteit hadden. Zij mochten niet langer in Nederland blijven toen ze arbeidsongeschikt werden. Het EU-Hof oordeelde in dat arrest dat het associatierecht zich verzet tegen de intrekking van de toeslag voor voormalige migrerende Turkse werknemers die naar Turkije zijn teruggekeerd nadat zij het recht om in de ontvangende lidstaat te verblijven hebben verloren omdat zij er arbeidsongeschikt zijn geworden.