Geen privacy voor nationale ambtenaren in Eurowob

Contentverzamelaar

Geen privacy voor nationale ambtenaren in Eurowob
De Commissie mag niet weigeren de namen bekend te maken van deelnemers aan een vergadering in het kader van een inbreukprocedure. Ambtenaren die daaraan deelnemen als vertegenwoordigers van hun ministerie kunnen zich niet beroepen op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en hun integriteit. Dat heeft het Gerecht van eerste aanleg bepaald.

Het Gerecht deed op 8 oktober uitspraak in de zaak T-194/04 die bierimporteur Bavarian Lager had aangespannen tegen de Europese Commissie.

Hoewel beroepsactiviteiten in beginsel niet zijn uitgesloten van het begrip „privéleven”, betekent het enkele feit dat een document dergelijke gegevens bevat, niet noodzakelijkerwijs dat de persoonlijke levenssfeer of de integriteit van de betrokkenen wordt aangetast.

Het Gerecht is van oordeel dat in casu de openbaarmaking van de namen van de vertegenwoordigers van een collectieve entiteit de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van de betrokkenen niet concreet en daadwerkelijk kan ondermijnen. Het enkele feit dat de naam van de betrokken voorkomt op de lijst van deelnemers aan een vergadering, bij de entiteit die hij vertegenwoordigde, vormt niet een dergelijke ondermijning en brengt de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van de betrokkenen niet in gevaar.

Voorts constateert het Gerecht dat, aangezien de uitzondering betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van de betrokkenen niet van toepassing was, de weigering van de betrokkene de openbaarmaking niet kan verhinderen. In deze omstandigheden behoefde Bavarian Lager niet de noodzaak van openbaarmaking van de namen aan te tonen.
Het Gerecht onderzoekt ook de uitzondering betreffende de bescherming van het doel van onderzoeken en stelt vast dat, ook al vormt de noodzaak van het bewaren van de anonimiteit van personen die de Commissie informatie verstrekken betreffende mogelijke schendingen van het gemeenschapsrecht, een legitiem doel dat kan rechtvaardigen dat de Commissie geen volledige of zelfs maar gedeeltelijke toegang verleent tot bepaalde documenten, dat niet wegneemt dat in casu de Commissie zich in abstracto heeft uitgesproken over de schadelijke gevolgen die de openbaarmaking van het betrokken document met de namen zou kunnen hebben voor haar onderzoek. Zij heeft niet bewezen dat de openbaarmaking van dit document concreet en daadwerkelijk de bescherming van het doel van onderzoeken zou ondermijnen. Derhalve is in casu niet aangetoond dat het doel van onderzoeken concreet en daadwerkelijk in gevaar zou zijn gebracht door de openbaarmaking van zes jaar na het beëindigen van dit onderzoek gevraagde gegevens.

Lees hier het volledige arrest.