Contentverzamelaar

Geen sociale heffing over inkomsten uit vermogen van elders verzekerde
Inkomsten uit vermogen van ingezetenen in Frankrijk die in een andere lidstaat werken, kunnen niet worden onderworpen aan de Franse sociale bijdragen. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Franse Raad van State in een procedure van een Nederlander tegen de Franse belastingdienst.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 26 februari 2015 in zaak C-623/13, Ministre de l'Économie et des Finances tegen Gérard de Ruyter

In twee arresten, gewezen in 2000, heeft het EU-Hof onderzocht of twee Franse sociale bijdragen [te weten de algemene sociale bijdrage (contribution sociale généralisée – „CSG”) – en de bijdrage ter vereffening van de sociale schuld (contribution pour le remboursement de la dette sociale – „CRDS”)] konden worden geheven over inkomsten uit arbeid en pensioen of uitkeringen van werknemers die weliswaar in Frankrijk woonden, maar waren onderworpen aan de socialezekerheidsregeling van een andere lidstaat (in de regel omdat zij in laatstbedoelde staat een beroepsactiviteit verrichtten). Het gaat om de arresten van 15 februari 2000, Commissie/Frankrijk in de zaak C-34/98 en de zaak C-169/98.

Het EU-Hof heeft geoordeeld dat de twee betrokken bijdragen een rechtstreekse en voldoende relevante samenhang met de sociale zekerheid vertoonden omdat zij specifiek en rechtstreeks bestemd waren voor de financiering van de sociale zekerheid in Frankrijk of voor de aanzuivering van de tekorten van het Franse algemene socialezekerheidsstelsel. Het Hof leidde daaruit af dat de heffing van die bijdragen ten aanzien van de betrokken werknemers onverenigbaar was zowel met het verbod van cumulatie van toepasselijke socialezekerheidswetgevingen ( verordening nr. 1408/71) als met het vrije verkeer van werknemers en met de vrijheid van vestiging.

In de onderhavige zaak vraagt de Franse Conseil d’État het Hof of deze redenering ook opgaat wanneer de betrokken bijdragen niet worden geheven over inkomsten uit arbeid en vervangende inkomsten, maar over inkomsten uit vermogen. Het geding komt voort uit het feit dat Gérard de Ruyter, Nederlandse staatsburger die in Nederland werkt maar in Frankrijk woont, weigert dat de CSG, de CRDS en andere sociale bijdragen worden geheven over zijn inkomsten uit vermogen (in Nederland afgesloten lijfrenten).

Het EU-Hof antwoord de Franse Raad van State als volgt. Voor het in de verordening opgenomen verbod van cumulatie is niet vereist dat er een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend en dat dit verbod dus van toepassing is ongeacht de oorsprong van de door de betrokkene ontvangen inkomsten. Daar De Ruyter als migrerende werknemer is onderworpen aan de sociale zekerheid in de werkstaat (Nederland), kunnen zijn inkomsten, ongeacht of zij voortkomen uit een arbeidsverhouding dan wel uit vermogen, in de woonstaat (Frankrijk) niet worden onderworpen aan heffingen die een rechtstreekse en voldoende relevante samenhang vertonen met de takken van sociale zekerheid. Anders zou De Ruyter ten opzichte van andere in Frankrijk wonende personen ongelijk worden behandeld omdat zij alleen aan het Franse socialezekerheidsstelsel hoeven bij te dragen.