Contentverzamelaar

Groen licht voor nauwere EU-samenwerking vermogensrecht internationale paren
De Raad heeft achttien lidstaten toestemming gegeven om samen nieuwe regels vast te stellen voor grensoverschrijdende vermogenskwesties van echtparen en geregistreerde partners. Dankzij een voortvarende voorbereiding van het Nederlandse Voorzitterschap hebben zij meteen overeenstemming bereikt over de inhoud van twee verordeningen. Ook het EP heeft daarmee ingestemd, zodat de nieuwe regels snel in werking konden treden.

Het gaat om de volgende achttien landen: het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.

De nauwere samenwerking heeft geleid tot een duidelijk rechtskader op grond waarvan kan worden bepaald welke rechtbank bevoegd is voor en welk recht van toepassing is op vermogensstelsels van echtparen en geregistreerde partners. Het vergemakkelijkt ook de uitwisseling van beslissingen en akten op dit gebied tussen de lidstaten.

De nauwere samenwerking heeft gestalte gekregen in twee verordeningen: een voor echtparen en een voor geregistreerde partnerschappen. De verordeningen bevatten regels van internationaal privaatrecht inzake het toepasselijk recht, de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen inzake (huwelijks)vermogensrechtelijke geschillen tussen echtelieden of geregistreerd partners afkomstig uit twee verschillende lidstaten. De verordeningen bevatten geen materieel inhoudelijke bepalingen inzake huwelijken of geregistreerd partnerschap. De voorstellen zijn genderneutraal geformuleerd en behandelen huwelijk en geregistreerd partnerschap zoveel mogelijk gelijk.

Het gaat om voorstellen waarvoor op grond van artikel 3, lid 4 van de Goedkeuringswet bij het Verdrag van Lissabon geldt dat het parlement instemmingsrecht heeft. Deze instemming is door beide Kamers verleend.

Over beide voorstellen heeft de Raad nu een zgn. algemene oriëntatie vastgesteld (zo heet de overeenstemming binnen de Raad over teksten waarover het Europees Parlement nog een standpunt moet innemen). Het Europees Parlemen heeft zonder amendementen op 23 juni 2016 ingestemd met beide verordeningen. De Raad Algemene Zaken heeft vervolgens op 24 juni 2016 de beide verordeningen in de versies van de algemene oriëntaties vastgesteld. Zij zijn op 8 juli in het Publicatieblad verschenen en op 28 juli 2016 in werking getreden.

Meer info: