Contentverzamelaar

Hervorming en uitbreiding Gerecht voltooid met laatste zeven extra rechters
Op 29 september 2019 heeft het Gerecht de laatste zeven extra rechters verwelkomd. De komst van deze nieuwe rechters is de derde en laatste fase van de hervorming die in 2015 is gestart. In dit kader heeft het Gerecht verschillende maatregelen genomen om te zorgen dat de schaalvergroting van de rechterlijke instantie in goede banen wordt geleid en dat het uitgebreide rechtscollege doeltreffend kan werken. Het Gerecht heeft onder andere gespecialiseerde kamers ingesteld voor de behandeling van EU-ambtenarenzaken en intellectuele-eigendomzaken.

Op 16 december 2015 is het Statuut van het EU-Hof gewijzigd. Het Gerecht is door die wijziging hervormd en het aantal rechters zou worden verdubbeld naar 56 ( Verordening (EU, Euratom) 2015/2422) . Deze uitbreiding is in drie opeenvolgende fasen geschied en heeft er uiteindelijk toe geleid dat het Gerecht vanaf september 2019 twee rechters per lidstaat telt. Dit heeft tevens tot een viertal organisatorische en procedurele aanpassingen bij het Gerecht geleid:

  • Het aantal kamers van het Gerecht zal worden verhoogd van negen naar tien. Elke kamer zal bestaan uit vijf rechters en zodra alle rechters benoemd zijn, kunnen kamers met zes rechters worden gevormd.

  • De rechtsprekende formaties worden voortaan op een andere manier samengesteld. Dat maakt een grotere verscheidenheid in de samenstelling ervan mogelijk. Tot nu toe was een kamer van vijf rechters onderverdeeld in twee vaste formaties, voorgezeten door dezelfde kamerpresident. Vanaf nu zullen er meer rechtsprekende formaties mogelijk zijn door een toerbeurtsysteem voor de rechters in te voeren. Binnen een kamer van vijf rechters zullen zes rechtsprekende formaties kunnen worden gevormd en in een kamer van zes rechters tien.

  • De Grote kamer (die bestaat uit 15 rechters) wordt voortaan anders samengesteld. Deze wijziging moet het mogelijk maken dat rechters die geen kamerpresident zijn, in de Grote kamer zitting hebben in geval van opeenvolgende verwijzingen. De nieuwe wijze van samenstelling voorziet in de deelname van de president, de vicepresident, een beperkt aantal kamerpresidenten, de rechters van de kamer waarbij de zaak aanvankelijk aanhangig was, en andere rechters die worden gekozen op basis van, afwisselend, de rangorde naar anciënniteit en de omgekeerde rangorde naar anciënniteit.

  • Het Gerecht heeft besloten om gespecialiseerde kamers in te voeren. Zo zullen van de tien kamers van het Gerecht vier kamers ambtenarenzaken behandelen en zes kamers kennisnemen van intellectuele-eigendomszaken . Alle overige rechtszaken zullen over alle kamers worden verdeeld. Het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht vastgestelde regeling voor de toewijzing van zaken gehandhaafd en aangepast aan de relatieve specialisatie van de kamers. Deze regeling is gebaseerd op een toerbeurtsysteem, waarvan kan worden afgeweken in geval van verknochtheid van bepaalde zaken (waarvan sprake is wanneer zaken hetzelfde voorwerp hebben, deel uitmaken van dezelfde reeks of juridische overeenkomsten vertonen) en met het oog op de evenwichtige verdeling van de werklast.

  • Tot slot wordt de deelname van de president en de vicepresident aan de rechtsprekende activiteit uit te breiden. Gezien de omvang van hun verantwoordelijkheden is bevestigd dat de president en de vicepresident geen vaste rechters in de rechtsprekende formaties zijn. Daarentegen is besloten dat een verhinderde rechter voortaan wordt vervangen door de president (momenteel wordt hij vervangen door de vicepresident). Bovendien zal de vicepresident – die nog steeds als voornaamste taak zal hebben bij te dragen tot het behoud van de coherentie van de rechtspraak – zetelen in uitgebreide rechtsprekende formaties van vijf rechters, en wel in één zaak per kamer per jaar.

Meer informatie

Persbericht

De besluiten van het Gerecht zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie:

Samenstelling van de Grote kamer (PB 2019, C 172, blz. 2)

Criteria voor de toewijzing van de zaken aan de kamers (PB 2019, C 246, blz. 2)

Wijze waarop de rechter ter vervanging van een verhinderde rechter wordt aangewezen (PB 2019, C 263, blz. 2)