Inreisverbod illegaal verklaard persoon start pas na daadwerkelijk vertrek

Contentverzamelaar

Inreisverbod illegaal verklaard persoon start pas na daadwerkelijk vertrek
Een inreisverbod voor een illegaal verklaarde persoon gaat pas in wanneer de persoon het land ook daadwerkelijk heeft verlaten. Dit heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van de Hoge Raad.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 26 juli 2017 in de zaak C-225/16.

Een Algerijnse man is in Nederland tot ongewenst vreemdeling verklaard, nadat hij in de periode van 2000 tot 2002 werd veroordeeld tot in totaal ruim 13 maanden gevangenisstraf. De Minister van Vreemdelingenzaken en Immigratie heeft daarop geoordeeld dat hij een gevaar vormde voor de openbare orde en heeft de man daarom tot ongewenst vreemdeling verklaard. Het gevolg hiervan is dat de man het grondgebied van Nederland diende te verlaten. Daarnaast mag hij tien achtereenvolgende jaren Nederland niet meer in.

De Hoge Raad vraagt het EU-Hof of dit inreisverbod ingaat op het moment waarop het inreisverbod wordt uitgevaardigd, of wanneer de man het land ook daadwerkelijk heeft verlaten, of op enig ander moment.

Het EU-Hof overweegt dat het inreisverbod gepaard gaat met een zgn. terugkeerbesluit als bedoeld in de EU-terugkeerrichtlijn. Dit terugkeerbesluit verplicht de illegaal verklaarde persoon om het land te verlaten. Het EU-Hof ziet het inreisverbod als een aanvulling op dit besluit. Dit betekent dat bij een inreisverbod wordt verondersteld dat de persoon in kwestie het grondgebied ook daadwerkelijk heeft verlaten.

Het Hof bepaalt daarom dat het tijdvak van het inreisverbod pas ingaat op het moment dat de illegaal verklaarde persoon het grondgebied heeft verlaten, en niet op het moment dat het inreisverbod is uitgevaardigd.