Meer duidelijkheid over diensten van algemeen belang.

Contentverzamelaar

Meer duidelijkheid over diensten van algemeen belang.
Het EU-Protocol betreffende diensten van algemeen belang laat veel ruimte aan de lidstaten om aan dergelijke diensten invulling te geven. Toch bestaat nog veel onduidelijkheid over de toepassing van het Protocol. Daarom zal in de komende periode gewerkt worden aan praktische handreikingen die duidelijk maken hoe overheden hiermee dienen om te gaan. Dat schrijft de minister van EZ in een brief aan de Tweede Kamer.

In haar brief van 8 april 2008 schrijft de minister het volgende:

“Het Protocol consolideert het juridisch EU-raamwerk. Het is voor het eerst
dat expliciet in primair recht wordt bevestigd dat de niet-economische
diensten van algemeen belang niet onder de reikwijdte van het Verdrag
vallen. Het is daarnaast ook voor het eerst in primair recht vastgelegd dat
de autoriteiten van de lidstaten mogen bepalen wat zij van publiek belang
achten en hoe zij de voorziening ervan ordenen. Dit kan publiek, privaat of
door middel van een mengvorm. Wel moet hierbij helder worden vastgelegd
wat precies de publieke taak is. Dit dient dusdanig transparant te
gebeuren dat ook het onderscheid met eventuele puur commerciële taken
duidelijk is.

Tevens legt het protocol vast dat de overheid regels en voorwaarden mag
stellen om de kwaliteit van de Diensten van Algemeen Economisch
Belang te waarborgen, ze voor iedereen toegankelijk te maken en om ze
betaalbaar te houden. Omdat het hierbij gaat om economische diensten
die in concurrentie op de markt worden aangeboden zijn in beginsel de
interne marktregels hierop van toepassing. Echter, ten behoeve van het
goed functioneren van een DAEB kunnen noodzakelijke en proportionele
afwijkingen gelden van de interne marktregels. Wel moet dit goed gemotiveerd
worden. Zo is het in principe toegestaan voor de overheid om
compensatie te geven voor de kosten van het verrichten van een DAEB
zolang er geen sprake is van overcompensatie. Als overheden zich aan
deze spelregels houden, hebben ze geen problemen met het functioneren
van DAEB.

Juist vanwege de ruime discretionaire bevoegheid van lidstaten om zelf
uit te maken wat zij van publiek belang achten en hoe zij daarin voorzien,
bestaat er in de EU een grote diversiteit van DAB en DAEB. Het Protocol
en de Mededeling van de Commissie betreffende DAEB respecteren het
beginsel van subsidiariteit en bieden de lidstaten de gewenste flexibiliteit.
Een nadere invulling op EU-niveau van criteria waaraan DAEB zouden
moeten voldoen zou de ruime nationale bevoegdheid inperken en
daarmee afbreuk doen aan het subsidiariteitsbeginsel. De regering acht
een horizontaal kader met EU-criteria voor DAEB dan ook niet wenselijk.
Nu op het hoogste juridische niveau in EU-verband is vast gelegd welke
spelregels gelden voor lidstaten en Europese Unie, is voor de Europese
instellingen en de lidstaten verduidelijkt wie binnen welke marges wat
mag doen.

Vervolgens komt het er nu op aan deze spelregels goed toe te passen en
ook over te brengen op andere instanties zoals de medeoverheden, die in
de praktijk verantwoordelijk zijn voor het (laten) verstrekken, financieren
en inrichten van publieke diensten. Ik kan mij goed voorstellen dat er bij
Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 21 501-30, nr. 181 2
hen behoefte bestaat aan een heldere uitleg van de inhoud, de betekenis
en vooral ook de toepassing van het Protocol. Een praktische handreiking
voor degenen die op de werkvloer te maken hebben met publieke diensten
en interne marktregels lijkt mij ook uiterst nuttig. Ik kan u meedelen
dat er momenteel op zowel Europees als nationaal niveau ook al gewerkt
wordt aan dergelijke handreikingen waar het betreft de toepassing door
medeoverheden van de Europese regels op het gebied van staatssteun en
aanbestedingen. Op Europees niveau heeft de Commissie een tweetal
documenten gepubliceerd met veelgestelde vragen op deze terreinen. Op
nationaal niveau wordt momenteel gewerkt aan handreikingen die praktische
tips en sturing geven voor de toepassing van staatssteunregels en
aanbestedingsprocedures in praktijk door (decentrale) overheden. De
handreiking voor staatsteun wordt interdepartementaal vastgesteld en
door middel van overleg met de koepelorganisaties van VNG en het IPO
ook afgestemd op de behoeften van de medeoverheden”.