Nee, nee, nee - nee, we noemen geen namen

Contentverzamelaar

Nee, nee, nee - nee, we noemen geen namen
Deze fameuze quote van Wim Kan werd de afgelopen weken weer vaak gehoord in Brussel. Nog steeds blijken veel lidstaten er moeite mee te hebben dat hun naam wordt genoemd in openbare documenten over wetgevingsbesprekingen in Brussel. Dat blijkt uit een uitzonderlijk transparant verslag van het kabinet over de uitwerking van het arrest van het EU-Hof in de zaak Access Info Europe. De uitkomst: namen worden alleen genoemd als dat passend wordt gevonden.

De Hofuitspraak Access Info Europe betreft specifiek de openbaarmaking van individuele standpunten van lidstaten in lopende wetgevingsdossiers. De uitspraak heeft een einde gemaakt aan de praktijk dat de namen van lidstaten uit interne Raadsdocumenten werden verwijderd, voordat deze aan een publieke partij werden vrijgegeven (zie ook Kamerstuk nr. 22112-1830). Alleen wanneer de Raad concreet kan beargumenteren dat toegang tot een dergelijk document de besluitvorming zou ondermijnen kan in een specifiek geval openbaarmaking worden geweigerd.

Naar aanleiding van deze Hofuitspraak legde het Raadssecretariaat aan de lidstaten voor hoe in het vervolg zal worden omgegaan met het weergeven van de namen van delegaties in documenten, nu deze bij openbaarmaking routinematig worden vrijgegeven. De drie opties die aan de lidstaten werden voorgelegd waren:

1. overgaan tot het vermelden van de namen van de lidstaten in alle documenten in verband met lopende wetgevingsprocedures.
2. ophouden met het vermelden van de namen van de lidstaten in alle documenten in verband met lopende wetgevingsprocedures.
3. doorgaan met het vermelden van de namen van de lidstaten in documenten in verband met lopende wetgevingsprocedures indien dit passend wordt geacht.

Nederland heeft, zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg over EU-informatievoorziening van 23 april jl., in alle fasen van de besprekingen actief gepleit voor de meest transparante uitkomst. Inzet daarbij was optie 1. Om een minder transparante uitkomst te voorkomen heeft Nederland uiteindelijk met een uitgewerkte versie van optie 3 ingestemd. Deze optie wordt uitgebreid met een evaluatiebepaling. Deze optie is in lijn met de Hofuitspraak en maakt dat voor die gevallen waarin het opnemen van namen van lidstaten gangbaar was, dit de norm blijft.

In reactie op de brief van de Commissie Meijers d.d. 16 april jl. verwerpt het kabinet de suggestie een procedure te starten tegen de Raad. Verder gaat het kabinet nog in op een aanpassing van de relevante regelgeving, waaronder (bijlage II bij) het Reglement van Orde van Raad en de richtsnoeren voor de omgang met interne Raadsdocumenten. Zoals eerder aangegeven geeft de Hofuitspraak Access Info Europe als zodanig geen aanleiding tot het aanpassen van de richtsnoeren voor de omgang met interne Raadsdocumenten (11336/11). Dit neemt echter niet weg dat het kabinet zich los hiervan - in lijn met eerdere toezeggingen - blijft inzetten voor de verruiming van die richtsnoeren. Het in lijn brengen van bijlage II van het Reglement van Orde (RvO) van de Raad met de actuele jurisprudentie zou wat Nederland betreft wel op zijn plaats zijn. Nederland heeft de wenselijkheid van aanpassing onder de aandacht van het Raadssecretariaat gebracht. Indien dit niet direct leidt tot aanpassing van het RvO, zal Nederland hier in het kader van de overeengekomen evaluatie opnieuw aandacht voor vragen.

Lees hier de brief van het kabinet van 28 mei 2014, inzake Uitwerking Hofuitspraak Access Info Europe.