Nieuwe EU-wetgeving voorziet in verbeterde toepassing van belastingregels op verkopers die via digitale platforms activiteiten verrichten

Contentverzamelaar

Nieuwe EU-wetgeving voorziet in verbeterde toepassing van belastingregels op verkopers die via digitale platforms activiteiten verrichten
De diensten van digitale platforms hebben veelal een grensoverschrijdende dimensie. Hierdoor is het voor de belastingdiensten van de EU-lidstaten moeilijker geworden om een correcte beoordeling en controle uit te voeren van inkomsten uit commerciële activiteiten die via digitale platforms worden verricht. Nieuwe EU-regels voorzien in een verbeterde administratieve samenwerking tussen de lidstaten op dit gebied.

Het gaat om richtlijn 2021/514 tot wijziging van richtlijn 2011/16 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen , die op 22 maart 2021 door de Raad is vastgesteld.

Achtergrond

De Raad heeft in richtlijn 2011/16 voorschriften en procedures vastgelegd voor de onderlinge samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van de belastingen. De richtlijn maakt het mogelijk dat lidstaten inlichtingen uitwisselen die naar verwachting van belang kunnen zijn voor de handhaving van de nationale wetgeving van de lidstaten ten aanzien van de in de richtlijn genoemde belastingen (bijvoorbeeld: btw).

De digitalisering van de economie is in de afgelopen tien jaar snel toegenomen. Volgens de Raad heeft de snelle digitalisering geleid tot een aantal complexe situaties in verband met belastingfraude, -ontduiking en –ontwijking. De grensoverschrijdende dimensie van diensten die worden aangeboden door exploitanten van digitale platformen leidt ertoe dat het moeilijk kan zijn de belastingvoorschriften te handhaven en de naleving van de belastingwetgeving te garanderen.

De belastingdiensten van de lidstaten beschikken volgens de Raad op dit moment over onvoldoende inlichtingen om een correcte beoordeling en controle uit te voeren van de bruto inkomsten in hun land uit commerciële activiteiten die via digitale platforms worden verricht. Doordat de belastingdiensten geen goede controle kunnen verrichten lopen de lidstaten belastinginkomsten mis. De belastingdiensten van de lidstaten verzoeken de exploitanten van digitale platformen daarom regelmatig om inlichtingen. Voor de platformexploitanten ontstaan hierdoor aanzienlijke administratieve- en nalevingskosten. Tegelijkertijd hebben sommige lidstaten een eenzijdige rapportageverplichting ingevoerd, die een extra administratieve last voor de platformexploitanten in die lidstaten inhoudt.

Met de vaststelling van richtlijn 2021/514 beoogt de Raad tegemoet te komen aan de in de vorige alinea benoemde problemen.  

Inhoud nieuwe richtlijn

Op grond van richtlijn 2021/514 worden exploitanten van digitale platforms verplicht om de inkomsten van verkopers aan te geven (rapportageverplichting). De verkopers hebben deze inkomsten verkregen door hun activiteiten op het digitale platform. De rapportageverplichting geldt onder meer voor digitale platforms die fiscaal ingezetene zijn van een lidstaat of die zijn opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat. De rapportageverplichting van digitale platforms geldt alleen ten aanzien van verkopers op het digitale platform - hetzij natuurlijke personen of rechtspersonen – die op enig moment tijdens de rapportageperiode op het platform zijn geregistreerd en een relevante activiteit daarop hebben verricht. De lidstaten zijn op grond van de richtlijn verplicht om de aangeleverde informatie van digitale platforms uit te wisselen met andere EU-lidstaten.

Inkomsten van verkopers uit digitale platforms worden door de nieuwe EU-regels beter zichtbaar voor de nationale belastingautoriteiten, waardoor die autoriteiten kunnen bepalen of en hoeveel belasting erop moet worden betaald. Voor de exploitanten van digitale platforms wordt het gemakkelijker om de regels na te leven doordat ze maar in één lidstaat aangifte hoeven te doen.

Daarnaast voorziet richtlijn 2021/514 ook in nieuwe regels met betrekking tot het uitvoeren van gelijktijdige belastingcontroles door lidstaten. Ook bevat richtlijn 2021/514 de rechten en plichten van ambtenaren uit een bepaalde lidstaat die aanwezig zijn op het grondgebied van een andere lidstaat om mee te werken aan een belastingonderzoek.  

Volgende stappen

De lidstaten moeten de bepalingen van richtlijn 2021/514 toepassen vanaf 1 januari 2023. Een uitzondering geldt voor de bepalingen uit de richtlijn die een kader bieden voor de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten om gezamenlijke audits uit te voeren. Dit kader moet uiterlijk vanaf 1 januari 2024 volledig functioneren.

Meer informatie