Nieuwe richtsnoeren voor staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie goedgekeurd

Contentverzamelaar

Nieuwe richtsnoeren voor staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie goedgekeurd
Met de goedkeuring door het college van eurocommissarissen zijn de richtsnoeren klaar om vanaf januari 2022 te kunnen worden toegepast waardoor via overheidssteun van lidstaten de groene en digitale transitie verder kan worden ondersteund, in lijn met en afgestemd op de doelstellingen van de Europese Green Deal.

Het gaat om de nieuwe richtsnoeren staatsteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie (de “CEEAG”) (EN). De CEEAG zullen in januari 2022 formeel worden aangenomen zodra alle taalversies beschikbaar zijn en zullen vanaf dat moment van toepassing zijn.

Achtergrond
De CEEAG komen, na hun formele aanname, in de plaats van de bestaande richtsnoeren staatssteun ten behoeve van energie en milieu 2014-2020 (EEAG). Zij worden van toepassing op elke beslissing die de Commissie na de vaststelling van de CEEAG neemt over betrokken steunmaatregelen. De lidstaten zullen bestaande regelingen vanaf 2024 in overeenstemming moeten brengen met de nieuwe CEEAG regels. In de richtsnoeren worden de voorwaarden vastgesteld waaronder door de lidstaten verleende staatssteun op het gebied van klimaat, milieubescherming en energie als verenigbaar met de interne markt kan worden beschouwd. Ook noemen de richtsnoeren de criteria voor de Commissie om de steun van de lidstaten op deze gebieden te beoordelen.

De bepalingen van de richtsnoeren worden aangevuld met de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), waarin wordt vastgesteld op basis van welke zogeheten ex-ante verenigbaarheidsvoorwaarden de lidstaten steunmaatregelen kunnen uitvoeren, zonder een voorafgaande aanmelding bij de Commissie te hoeven doen.

Voor de AGVV-bepalingen inzake steun op het gebied van klimaat, milieubescherming en energie loopt momenteel een separaat herzieningstraject. Die herziening heeft tot doel om groene investeringen verder te vergemakkelijken. Dit door het toepassingsgebied van maatregelen waarvoor een groepsvrijstelling geldt, uit te breiden tot steun voor investeringen in nieuwe technologieën, zoals waterstof en koolstofafvang en -opslag of -gebruik, en voor gebieden die essentieel zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal, zoals hulpbronnenefficiëntie en biodiversiteit. Bovendien is de herziening van de AGVV gericht op een verdere verfijning van de bepalingen inzake steun voor investeringen in zogeheten vlaggenschipgebieden, zoals energieprestaties van gebouwen en oplaad- en tankinfrastructuur voor schone mobiliteit. Deze verfijnde bepalingen zijn reeds ingevoerd in het kader van de gerichte herziening van de algemene groepsvrijstellingsverordening in juli 2021. Tot slot moeten de regels ook flexibeler worden wat betreft de definitie van in aanmerking komende kosten en steunintensiteiten.

Inhoud van de nieuwe CEEAG richtsnoeren
De staatsteunregels in de nieuwe richtsnoeren ondersteunen projecten op het gebied van milieubescherming, inclusief klimaatbescherming en productie van groene energie. De richtsnoeren zijn ook aangepast aan de prioriteiten van de Europese Green Deal en het Fit-for-55-pakket (zie ook dit ECER-bericht). Decarbonisatie van de economie moet breed en flexibel worden ondersteund, met gebruikmaking van alle technologieën die kunnen bijdragen aan de Green Deal. En met inbegrip van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntiemaatregelen, steun voor schone mobiliteit, infrastructuur, circulaire economie, vermindering van verontreiniging, bescherming en herstel van de biodiversiteit, en maatregelen om de leveringszekerheid van energie te waarborgen. De bedoeling van de regels is om lidstaten ook te helpen om hun ambitieuze EU-doestellingen inzake energie en klimaat te verwezenlijken tegen zo laag mogelijke kosten voor de belastingbetaler en zonder buitensporige vervalsing van de mededinging op de EU interne markt. Tot slot beogen de richtsnoeren de betrokkenheid van hernieuwbare energie- gemeenschappen en het midden en kleinbedrijf (mkb) te faciliteren, als belangrijke aanjagers van de groene transitie.

De richtsnoeren houden met name in:

  • Uitbreiding van de categorieën investeringen en technologieën waarmee lidstaten technologieën kunnen ondersteunen die de Europese Green Deal kunnen verwezenlijken. Bijvoorbeeld ter vermindering of voorkoming van broeikasgasemissies, het faciliteren van de evaluatie van maatregelen ter ondersteuning van de decarbonisatie van verschillende economische sectoren, onder meer door investeringen in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie in productieprocessen en decarbonisatie van de industrie, in overeenstemming met de Europese klimaatwet. Met de herziene regels worden in het algemeen steunbedragen mogelijk die tot 100 % van de financieringskloof dekken, in het bijzonder als steun wordt verleend na een concurrerende inschrijvingsprocedure, en worden nieuwe steuninstrumenten ingevoerd.
  • Nieuwe en geactualiseerde regels over steun aan essentiële Green Deal-gebieden bijvoorbeeld voor het voorkomen of verminderen van  niet door broeikasgassen veroorzaakte verontreiniging, waaronder geluidshinder, steun voor hulpbronnenefficiëntie en circulaire economie, en steun voor biodiversiteit en voor het herstel van milieuschade. Ook bevatten de CEEAG specifieke richtsnoeren over steun ter stimulering van investeringen op vlaggenschipgebieden zoals de energieprestatie van gebouwen, en schone mobiliteit inalle vervoerswijzen.
  • Wijziging van de huidige regels inzake verlagingen van bepaalde elektriciteitsheffingen voor energie-intensieve gebruikers. De regels zijn bedoeld om het risico te beperken dat activiteiten in bepaalde sectoren als gevolg van deze heffingen worden verplaatst naar locaties waar er geen of minder ambitieuze milieuvoorschriften gelden dan in de Europese Unie. Met name voor decarbonisatie zijn grotere inspanningen nodig om de klimaatdoelstellingen van de EU te halen. Daarom hebben de CEEAG betrekking op verlagingen van alle heffingen ter financiering van decarbonisatie en sociaal beleid. Om de lidstaten in staat te stellen een gelijk speelveld te handhaven, stroomlijnen de CEEAG bovendien het aantal in aanmerking komende sectoren op basis van objectieve indicatoren op sectorniveau. Door heffingskortingen te koppelen aan de toezegging van begunstigden om hun koolstofvoetafdruk te verkleinen kan geleidelijke decarbonisatie van ondernemingen worden ondersteund.
  • Invoeren van de nodige garanties dat de steun ook echt gaat naar waar hij nodig is  om de klimaat- en milieubescherming te verbeteren en te beperking tot hetgeen nodig is om de milieudoelstellingen te bereiken en de mededinging of integriteit van de EU-interne markt niet te verstoren. Belanghebbenden krijgen een grotere rol bij de vormgeving van grote steunmaatregelen doordat lidstaten verplicht worden hen te raadplegen over de belangrijkste aspecten ervan.
  • Waarborgen van samenhang met relevante EU-wetgeving en EU-beleid  op het gebied van milieu en energie, onder meer door het stopzetten van subsidies voor de meest vervuilende fossiele brandstoffen, waarvoor gezien hun grote negatieve milieueffecten een positieve beoordeling door de Commissie onwaarschijnlijk is. Maatregelen voor nieuwe investeringen in aardgas maken weinig kans op goedkeuring tenzij kan worden aangetoond dat de investeringen verenigbaar zijn met de klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 en 2050. Zij faciliteren een transitie, weg van meer vervuilende brandstoffen en zonder vast te zitten aan technologieën die ruimere ontwikkeling van schone oplossingen belemmeren. De CEEAG bevatten ook bepalingen over steun voor de sluiting van steenkool-, turf- en schalieoliecentrales.
  • Meer flexibiliteit en stroomlijning van de eerdere regels , onder meer door afschaffing van de verplichte individuele aanmeldingen voor grote groene projecten binnen al door de Commissie goedgekeurde steunregelingen.

Meer informatie:
Persbericht Europese Commissie
ECER-dossier: staatssteun
ECER-dossier: milieu
Naschrift: op 27 januari 2022 verschenen de Q&A van de Commissie over de nieuwe KEM-richtsnoeren