Contentverzamelaar

Rechtsstaat: Commissie daagt Polen voor EU-Hof om schending onafhankelijkheid rechterlijke macht
De Europese Commissie heeft besloten Polen voor het EU-Hof te dagen. Polen schendt volgens de Commissie het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht met zijn nieuwe wet inzake het Hooggerechtshof. De Commissie verzoekt het EU-Hof ook om voorlopige maatregelen voor de periode tot het een uitspraak in de zaak heeft gedaan. Ook verzoekt zij het EU-Hof om de versnelde procedure in deze zaak toe te passen.

Dit blijkt uit het persbericht dat de Commissie vandaag heeft gepubliceerd.

Aanleiding is de nieuwe Poolse wet inzake het Hooggerechtshof die de pensioenleeftijd van rechters bij het Hooggerechtshof van 70 naar 65 jaar verlaagt. De wet is op 3 april 2018 in werking getreden. Daardoor kunnen 27 van de huidige 72 rechters worden gedwongen met pensioen te gaan. Deze maatregel is ook van toepassing op de eerste voorzitter van het Hooggerechtshof, wiens zesjarige mandaat, dat in de Poolse grondwet is vastgelegd, dan voortijdig zou worden beëindigd.

Volgens de wet kunnen de rechters voor wie de lagere pensioenleeftijd geldt, verzoeken om verlenging van hun mandaat. Die verlenging kan voor drie jaar worden toegekend door de president van Polen en eenmaal worden herhaald. Er zijn geen duidelijke criteria vastgesteld voor het besluit van de president en er is geen rechterlijke toetsing mogelijk als het verzoek door de president wordt afgewezen. Bovendien is de enige waarborg die door de Poolse autoriteiten wordt voorgesteld een niet-bindende raadpleging van de Nationale Raad voor Justitie, een orgaan waarvan de huidige samenstelling in strijd is met de Europese normen inzake rechterlijke onafhankelijkheid.

De Europese Commissie blijft erbij dat de Poolse wet inzake de organisatie van het Hooggerechtshof onverenigbaar is met het EU-recht. Deze wet druist in tegen het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, inclusief het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven. Polen voldoet daardoor niet aan zijn verplichtingen op grond van  artikel 19, lid 1, van het EU-Verdrag, in samenhang met met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Op 2 juli 2018 heeft de Commissie een aanmaningsbrief naar de Poolse autoriteiten gestuurd over de wet inzake het Hooggerechtshof, gevolgd door een met redenen omkleed advies op 14 augustus 2018. In beide gevallen heeft het antwoord van de Poolse autoriteiten de bezorgdheid van de Commissie op juridisch gebied niet weggenomen. De uitvoering van de betwiste pensioenregeling voor rechters bij het Hooggerechtshof in Polen wordt versneld, waardoor de rechterlijke onafhankelijkheid in Polen en derhalve de rechtsorde van de EU op ernstige en onherstelbare wijze dreigen te worden geschaad. De onafhankelijkheid van de nationale rechterlijke instanties is essentieel voor de goede werking van de justitiële samenwerking tussen de lidstaten en in het bijzonder voor het in artikel 267 VWEU neergelegde mechanisme van de prejudiciële verwijzing.

De Commissie is daarom overgegaan tot de volgende fase van de inbreukprocedure door deze stap naar het EU-Hof te maken. De Commissie verzoekt daarbij het EU-Hof om voorlopige maatregelen aan Polen op te leggen teneinde de situatie bij het Poolse Hooggerechtshof van vóór 3 april 2018, toen de betwiste nieuwe wetten zijn aangenomen, te herstellen. De Commissie  verzoekt het EU-Hof tegelijkertijd om een versnelde procedure teneinde zo snel mogelijk een definitieve uitspraak te verkrijgen.

In augustus heeft het Poolse Hooggerechtshof prejudiciele vragen gesteld aan het EU-Hof over de eigen onafhankelijkheid.

Achtergrond

De rechtsstaat is een van de gemeenschappelijke waarden waarop de Europese Unie is gegrondvest. Dat is vastgelegd in artikel 2 van het EU-Verdrag . Volgens de verdragen moet de Europese Commissie er samen met het Europees Parlement en de Raad voor zorgen dat de rechtstaat als fundamentele waarde van de Unie wordt geëerbiedigd en dat het recht, de waarden en de beginselen van de EU in acht worden genomen.

Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Polen is de Europese Commissie in januari 2016 in de context van het kader voor de rechtsstaat met de Poolse regering een dialoog aangegaan. Dit proces is gebaseerd op een permanente dialoog tussen de Commissie en de betrokken lidstaat. De Commissie houdt het Europees Parlement en de Raad regelmatig op de hoogte.

Op 29 juli 2017 is de Commissie een inbreukprocedure gestart met betrekking tot de Poolse wet inzake de gewone rechtbanken, onder andere op grond van de daarin opgenomen pensioenregelingen en de gevolgen daarvan voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De Commissie heeft deze zaak op 20 december 2017 voorgelegd aan het Hof van Justitie. De zaak is momenteel in behandeling bij het Hof.

Omdat er via het kader voor de rechtsstaat geen vooruitgang werd bereikt, heeft de Commissie op 20 december 2017 voor het eerst de procedure van artikel 7, lid 1 van het EU-Verdrag geactiveerd. Dat hield in dat zij een met redenen omkleed voorstel indiende voor een besluit van de Raad op basis van de constatering dat er duidelijk gevaar bestond voor een ernstige schending van de rechtsstaat door Polen. Op grond van artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie kan de Raad met een meerderheid van vier vijfde van zijn leden constateren dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van de in artikel 2 van het Verdrag bedoelde gemeenschappelijke waarden door een lidstaat.

Tijdens de hoorzitting over de rechtstaat in Polen in de Raad Algemene Zaken op 26 juni 2018, in het kader van de procedure van artikel 7, lid 1, lieten de Poolse autoriteiten niet blijken dat zij van plan waren maatregelen te nemen om de zorgen van de Commissie weg te nemen. Gelet op dit feit en het gebrek aan vooruitgang op dit gebied in de dialoog met Polen over de rechtsstaat heeft de Commissie op 2 juli 2018 Polen een aanmaningsbrief gestuurd, waarin de juridische bezwaren van de Commissie duidelijk worden uiteengezet. De Poolse autoriteiten hebben de aanmaningsbrief op 2 augustus 2018 beantwoord, waarbij zij de bezwaren van de Commissie hebben verworpen. Vervolgens stuurde de Commissie op 14 augustus 2018 een met redenen omkleed advies naar de Poolse autoriteiten over de kwestie. Op 14 september 2018 ontving zij een antwoord, waarin de bezorgdheid van de Commissie op juridisch gebied opnieuw niet werd weggenomen.

Op 18 september 2018 vond in de Raad Algemene Zaken in het kader van de procedure van artikel 7, lid 1, een tweede hoorzitting plaats over de rechtsstaat in Polen. De Poolse autoriteiten zijn opnieuw bij hun standpunt gebleven en weigerden maatregelen voor te stellen om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Commissie en andere lidstaten.

De inbreukprocedure betekent niet dat de lopende dialoog over de rechtsstaat met Polen wordt stopgezet. Die dialoog is voor de Commissie nog steeds de beste methode voor het wegnemen van de systemische bedreiging voor de rechtsstaat in Polen.

Meer informatie

MEMO/12/12MEMO voor algemene informatie over inbreukprocedures.

Persbericht over het met redenen omkleed advies over de wet inzake het Hooggerechtshof

Persbericht over de aanmaningsbrief over de wet inzake het Hooggerechtshof

Persbericht over het met redenen omklede voorstel, de vierde aanbeveling inzake de rechtsstaat en de inbreukprocedure over de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken