Contentverzamelaar

EU-Hof: verbod op gebruik perssnippets door Google is technisch voorschrift
De Duitse bepaling die zoekmachines verbiedt om 'perssnippets' te gebruiken zonder toestemming van de uitgever is een technisch voorschrift. Een dergelijk voorschrift is alleen van toepassing na voorafgaande notificatie aan de Commissie. Het betreft hier een regel voor een dienst van de informatiemaatschappij en dus een 'technisch voorschrift', waarvan het ontwerp aan de Commissie moet worden meegedeeld.

Dit heeft het EU-Hof geoordeeld in zijn uitspraak van 12 september 2019 in de prejudiciële zaak C-299/17 VG Media Gesellschaft zur Verwertung der Urheber- und Leistungsschutzrechte von Medienunternehmen mbH / Google LLC .

De verzoeker VG Media, een collectieve beheermaatschappij in Duitsland, behartigt auteursrechtrechten en naburige rechten van particuliere televisie- en radiostations en de rechten op digitaal redactioneel aanbod. VG Media sluit daarvoor uitoefeningsovereenkomsten met de rechthebbenden, waarmee de rechten op persproducten worden overdragen aan VG Media.

Google, verweerder in deze zaak, geeft in de Google-zoekmachine, nadat een zoekterm is ingevoerd en de zoekfunctie is geactiveerd, een korte tekst weer met een thumbnail (de “perssnippet”). Ook Google News maakt gebruik van een perssnippet om een korte samenvatting van het artikel van de betreffende website aan te duiden. De gebruiker kan hierdoor bepalen of de aangegeven website relevant is voor zijn informatiebehoefte.

VG Media stelt dat Google gebruik heeft gemaakt van tekstfragmenten, beelden en bewegende beelden uit het aanbod van haar leden zonder hier eerst een vergoeding voor te betalen. Zij heeft bij de verwijzende rechter daarom een vordering tot schadevergoeding ingesteld tegen Google.

De verwijzende rechter vraagt het EU-Hof of de Duitse bepaling waar beroep op wordt gedaan, gekenmerkt kan worden als een “technische voorschrift”. De bepaling bevat een nationale regeling die uitsluitend commerciële exploitanten van zoekmachines en commerciële dienstverleners die content bewerken verbiedt om persproducten of delen hiervan (met uitzondering van losse woorden en zeer korte tekstfragmenten) ter beschikking van het publiek te stellen. Indien dit een technisch voorschrift is, had de bepaling vooraf aan de Commissie moeten worden medegedeeld zoals voorgeschreven door artikel 8, lid 1, eerste alinea van richtlijn 98/34 (de notificatierichtlijn, thans richtlijn 2015/1535).

Het EU-Hof stelt dat uit de schriftelijke opmerkingen van de partijen volgt dat de bepaling tot doel heeft de rechtmatige belangen van de persuitgevers in de digitale wereld te beschermen. Het Hof merkt op dat de bepaling uitdrukkelijk verwijst naar commerciële exploitanten van zoekmachines waarvan vaststaat dat zij diensten verlenen die onder de definitie “dienst van de informatiemaatschappij” als genoemd in artikel 1, punt 2, van richtlijn 98/34 vallen. Het blijkt dat deze nationale bepaling specifiek tot doel heeft de diensten van de informatiemaatschappij uitdrukkelijk en gericht te reglementeren. Aangezien de nationale regel specifiek gericht is op de deze diensten, is er sprake van een “technisch voorschrift’’ in de zin van artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34. Het Hof concludeert daarom dat de nationale bepaling vooraf aan de Commissie had moeten worden meegedeeld en daarom niet van toepassing is in de onderhavige zaak.