Contentverzamelaar

Seminar: De directe werking van de grondrechten van de Europese Unie
“De directe werking van de grondrechten van de Europese Unie” is de titel van het proefschrift van Mirjam de Mol (UM) dat zij zal toelichten tijdens een bijeenkomst op dinsdag 28 april. Deze bijeenkomst is een gezamenlijk initiatief van het Expertisecentrum Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Juridisch Forum van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Aanmelden voor deze bijeenkomst kan vanaf nu.

In welke gevallen kunnen burgers zich beroepen op de EU-grondrechten? Als het gaat om de relatie burger-overheid (verticale directe werking) biedt de rechtspraak van het EU-Hof een brede waaier aan mogelijke situaties. En welke mogelijkheden hebben burgers om grondrechten in te roepen in geschillen met andere burgers of bedrijven (horizontale directe werking)? Op dit punt is de rechtspraak nog sterk in ontwikkeling. Vooral sinds het arrest Mangold (2005) en het juridisch verbindend worden van het EU-Handvest van de grondrechten (2009) wordt steeds vaker naar het EU-Hof gekeken voor het antwoord op deze vragen.

Kennis over het toepassingsgebied van EU-grondrechten is niet alleen van belang voor nationale rechters en procespartijen, maar ook wetgevers, bestuurders en beleidsmakers moeten beschikken over precieze kennis van het toepassingsgebied van EU-grondrechten zodat duidelijk is wanneer de overheid is gebonden aan EU-grondrechten. Ook heeft nieuwe EU-wetgeving gevolgen voor het toepassingsgebied van EU-grondrechten. Dit betekent dat de nationale onderhandelaar in Brussel baat heeft bij een goede sensor voor het ‘binnenhalen’ van EU-grondrechten in deelgebieden van het nationale recht door nieuwe EU-wetgeving.

Op 2 oktober jl. promoveerde mr. dr. Mirjam de Mol (onderzoeker aan het Maastricht Centre of European Law van de Universiteit Maastricht). In haar proefschrift onderzoekt zij op grond van de rechtspraak van het EU-Hof wat de stand van het recht is en of deze rechtspraak legitiem is. Ook onderzoekt ze op welke punten het leerstuk van de directe werking verder moet worden uitgewerkt, en wat de openstaande vragen en aandachtspunten zijn. Haar aanbevelingen kunnen dienen als leidraad voor de nationale rechters en procespartijen, alsmede voor de actoren in zaken voor het EU-Hof.

Tijdens de bijeenkomst zal zij de bevindingen van haar onderzoek presenteren en hierover graag met u in discussie treden.

Programma

De bijeenkomst vindt plaats van 15.30 tot 17.00 uur. Locatie oude perszaal, Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het programma ziet er als volgt uit

15:00 uur      Inloop met koffie, thee

15:30 uur      Opening

15:40 uur      Presentatie proefschrift

16:15 uur      Discussie

Plm. 17:00 uur      Afsluiting

U kunt zich aanmelden voor het seminar door een e-mail te sturen naar djz-ecer@minbuza.nl. Het seminar staat open voor alle belangstellenden, maar deelnemers vanuit de Haagse departementen hebben voorrang.

U ontvangt een bevestiging van deelname.