Staat van de Europese Unie 2021: debat met Tweede Kamer over Europese actualiteiten en prioriteiten

Contentverzamelaar

Staat van de Europese Unie 2021: debat met Tweede Kamer over Europese actualiteiten en prioriteiten
Eén keer per jaar voert de Tweede Kamer een debat over de Staat van de Europese Unie. Er wordt dan gesproken over het kabinetsbeleid ten aanzien van actuele Europese onderwerpen. Het kabinet, de Tweede Kamer en de Nederlandse Europarlementariërs bespraken onlangs in het debat over de Staat van de Europese Unie 2021 ook de Europese agenda van het lopende jaar.

Dit jaar vond het jaarlijkse debat over de Staat van de Europese Unie 2021 plaats op 17 juni. Het debat ging tussen de Tweede Kamerleden, Nederlandse Europarlementariërs en demissionair minister-president Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Kaag.
 

Voorafgaand aan het kamerdebat vond een Ronde Tafel discussie tussen de Tweede Kamer- en Europees Parlements-leden plaats. Dit initiatief volgde op het Staat van de EU-debat van vorig jaar, waar onder meer behoefte bleek aan enige afstemming voorafgaand aan het plenaire debat. Tijdens het ronde tafel gesprek werd nader kennisgemaakt tussen de vaste Kamercommissie voor Europese zaken en de deelnemende Europarlementariërs en kwamen onder meer het Herstelfonds, Sociaal Europa, klimaat, en de Conferentie over de toekomst van Europa aan de orde.

Tijdens het debat met de Tweede Kamer kwamen onder meer de volgende onderwerpen aan de orde (zie onder ‘meer informatie’ het woordelijke verslag):

  • Er werd aandacht besteed aan de rechtsstatelijkheid en de MFK-rechtsstaatverordening, mogelijkheden om de toepassing van de verordening door de Commissie te versnellen en de lopende rechtszaak bij het EU-Hof van Polen en Hongarije tegen die verordening;
  • De ontwikkelingen in Hongarije met betrekking tot de anti-LHBTI-wetgeving;
  • Het RRF (Recovery and Resilience Facility); het Europese herstelfonds en de (controle op) middelen uit het fonds en gerelateerde schuldenproblematiek;
  • De versterking van de interne markt, met name op technologisch en digitaal vlak alsmede belastingzaken zoals winstbelasting en belastingontwijking;
  • De Conferentie over de toekomst van Europa (burgerconsultaties) en vraagstukken rondom transparantie-initiatieven (zoals een lobbyregister en het openbaar maken van concept-Europese Raad-conclusies);
  • Arbeidsmigratie, migratieafspraken met derde landen, de rol van Frontex, omstandigheden van migranten in de lidstaten;
  • Het Europese klimaat- en landbouwbeleid, klimaatafspraken en het Akkoord van Parijs, het fit-for-55-pakket van de Europese Commissie, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), kernenergie, biomassa, pulsvisserij;
  • Onderwerpen aangaande de externe betrekkingen van de EU, zoals het GVBV en het idee van een Europese Veiligheidsraad.

Aan het einde van het debat werd een aantal moties ingediend (genummerd 355663-13 tot en met 355663-29; zie het verslag voor de letterlijke tekst van de moties). Onder meer om het OESO-voorstel voor een minimumwinstbelastingtarief zo snel mogelijk om te zetten in een EU-richtlijn, over het in Europa pleiten voor een winstbelastingtarief van ten minste 21%, over het opheffen van de unanimiteit voor het Europese buitenlandbeleid en over het verzoek aan de regering om zich uit te spreken tegen de recente anti-lhbti-wetgeving van de Hongaarse regering.

Meer informatie: