Contentverzamelaar

Termijnoverschrijding heeft geen gevolg voor overlevering
Een rechter moet gevolg blijven geven aan een Europees Aanhoudingsbevel, ook na overschrijding van de termijnen. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van een Ierse rechter.

Het gaat om het arrest van 16 juli 2015 in de zaak C-237/15 PPU, Lanigan. Het betreft een de ‘Procédure Préjudicielle d'Urgence’-zaak (versnelde procedure), waarin de Grote Kamer van het EU-Hof binnen twee maanden uitspraak heeft weten te doen.

Lanigan wordt verdacht van een moord in Noord-Ierland. De Britse autoriteiten hebben om zijn overlevering gevraagd, maar de Ierse procedure over zijn overlevering duurt al meer dan 2,5 jaar. Dit terwijl het EU-kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel (EAB) uitgaat van een maximale beslistermijn van 90 dagen.

Het Hof was door het Ierse High Court gevraagd duidelijkheid te geven over de consequenties die verbonden moeten worden aan deze overschrijding van de termijnen. In lijn met het Nederlandse standpunt oordeelt het Hof dat uit het kaderbesluit volgt dat de bevoegde rechter ook na termijnoverschrijding nog verplicht is gevolg te geven aan het EAB.

Anders dan de Nederlandse regering heeft betoogd acht het Hof het EU-Handvest van de Grondrechten wel van toepassing. De beslissing over voorgezette hechtenis van de verdachte op grond van artikel 12 EU-kaderbesluit moet daarom uitgelegd worden in het licht van artikel 6 Handvest. Volgens het Hof laat het Handvest ook na overschrijding van de termijn hechtenis toe, indien de duur niet excessief is gelet op de kenmerken van de procedure.