Contentverzamelaar

Terugvordering van staatssteun voortaan wettelijk geregeld
De Wet terugvordering staatssteun treedt 1 juli 2018 in werking. De wet voorziet in een nationaalrechtelijke grondslag voor de terugvordering van staatssteun door bestuursorganen indien de Europese Commissie besluit dat steun is verleend die moet worden teruggevorderd.

Staatssteun en verplichting terugvordering

Het verbod op staatssteun is vastgelegd in artikel 107, lid 1 EU-Werkingsverdrag. De controle door de Europese Commissie op staatssteun aan ondernemingen is een belangrijk deel van het mededingingsbeleid binnen de Europese Unie. Het doel van de Europese regelgeving is het scheppen van gelijke concurrentievoorwaarden voor alle ondernemingen op de interne markt. De inzet van staatsmiddelen om voor bepaalde ondernemingen concurrentievervalsende voordelen te scheppen, is in beginsel dan ook niet toegestaan. In dat kader kan de Commissie een lidstaat opdragen staatssteun terug te vorderen die in strijd met de regels is verstrekt. De lidstaat dient die steun dan zonder vertraging en op basis van het nationale recht terug te vorderen. Lees meer over staatssteun in het ECER-dossier over staatssteun.

Doel en inhoud van de wet

Elke lidstaat moet zorgen dat het nationaal recht voorziet in de grondslagen voor terugvordering en procedures die onverwijlde en daadwerkelijke uitvoering van het terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie mogelijk maken. De terugvorderingsmogelijkheden op basis van het Nederlandse recht zijn niet in alle gevallen voorhanden of adequaat toegesneden op situaties waarin staatssteun wegens strijd met de Europese staatssteunregels dient te worden teruggevorderd. Dit werd al in 2002 vastgesteld door de ICER in een rapport over de rechtspraak van het EU-Hof over de terugvordering van staatssteun (zie gerelateerde documenten). Eerdere pogingen om tot nieuwe wetgeving te komen op dit gebied strandden in de Tweede Kamer.

Het doel van deze wet is om de lacunes, door middel van een sluitende set nationaalrechtelijke grondslagen, te dichten en te verzekeren dat staatssteun daadwerkelijk wordt teruggevorderd. Het gaat in de wet enkel om gevallen waarin de Commissie een besluit heeft genomen over ongeoorloofde of onrechtmatige staatssteun en de noodzaak van terugvordering vaststaat.

De wet creëert geen nieuwe situaties waarin moet worden teruggevorderd, maar biedt uitsluitend een regeling ter uitvoering van de verplichting tot terugvordering in situaties waarin al teruggevorderd moet worden. Daarvoor voorziet de wet in de grondslag voor het bestuursorgaan om bij ‘beschikking tot betaling’ terug te vorderen. Voor de regels die voor de invordering gelden verwijst de wet naar de betreffende bepalingen van hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht en voorziet in een regeling van rechtsbescherming door bezwaar en beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in eerste en enige aanleg.

In tegenstelling tot de huidige situatie met een veelheid aan meer of minder toereikende nationaalrechtelijke grondslagen, regelingen en rechtsgangen wordt daarmee een eenduidige grondslag en regeling voor terugvordering voorgeschreven. Alleen voor fiscale steun geldt een afwijkend regime, waarbij de navordering en naheffing voor zover mogelijk plaats zal vinden overeenkomstig de Algemene wet inzake rijksbelastingen of de Invorderingswet 1990.

Meer info:

Gerelateerde documenten