Contentverzamelaar

Update van aanwijzingen voor het stellen van prejudiciële vragen gepubliceerd
De prejudiciële verwijzing door nationale rechters naar het EU-Hof is een fundamenteel mechanisme binnen het recht van de Europese Unie. De rechterlijke instanties van de lidstaten kunnen zich met dit instrument tot het EU-Hof richten met vragen over de uitleg van het EU-recht of de geldigheid van handelingen van de EU-instellingen. Dit moet garanderen dat het EU-recht binnen de Unie uniform wordt uitgelegd en toegepast. Om deze procedure goed te laten verlopen, publiceert het EU-Hof aanwijzingen voor de verwijzende rechters. In deze laatste herziene versie worden enkele aspecten verduidelijkt en aangevuld.

De zogenoemde prejudiciële procedure is voorzien in de artikelen 19, lid 3, onder b)  VEU en artikel 267 VWEU. Deze procedure berust op een nauwe samenwerking tussen het Hof en de rechterlijke instanties van de lidstaten. De prejudiciële verwijzingen vormen de meerderheid van zaken bij het EU-Hof.

Met het oog op de doeltreffendheid van deze procedure publiceert het Hof aanwijzingen om de voornaamste kenmerken te benadrukken en om bepaalde verduidelijkingen aan te brengen ten aanzien van de bepalingen van het Reglement voor de procesvoering . Deze hebben met name betrekking op onder meer de indiener, het voorwerp en de strekking van het verzoek om een prejudiciële beslissing, evenals de vorm en de inhoud van een dergelijk verzoek.

Deel I van de aanwijzingen bevat de verduidelijkingen die voor alle verzoeken om een prejudiciële beslissing gelden. In deel II worden deze aangevuld met bepalingen betreffende verzoeken om een prejudiciële beslissing die met spoed of versneld moeten worden behandeld. In een bijlage staat een samenvatting van alle bestanddelen die in een verzoek om een prejudiciële beslissing moeten voorkomen.

De herziene aanwijzingen vindt u in het Publicatieblad C 380 van 8.11.2019, blz. 1–9