C-128/19 Azienda Sanitaria Provinciale di Catania

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 15 april 2019
Schriftelijke opmerkingen: 1 juni 2019

Trefwoorden : staatssteun; ziektekosten

Onderwerp : Artikelen 87 en 88 EG (thans Artikelen 107 en 108 VWEU)

Feiten:

Bij arrest van 24.07.2013 heeft de Corte d’Appello di Catania de beslissing in eerste aanleg herzien en het beroep verworpen dat de plaatselijke Azienda Sanitaria Provinciale (provinciale gezondheidsdienst; hierna: „ASP”) had ingesteld tegen het betalingsbevel dat haar door AU was betekend voor de betaling van een schadevergoeding. Deze schadevergoeding is voorzien bij wet nr. 12 van 05.07.2013 van de regio Sicilië en is bedoeld voor veehouders die verplicht zijn geweest hun besmette dieren te slachten. De Corte d’Appello heeft met name geoordeeld dat het door de tegenpartij aangevoerde ontbreken van procesbevoegdheid – omdat in het onderhavige geval de Assessorato Regionale per la Sanità aansprakelijk is – ongegrond was omdat „het bij wet vastgestelde mechanisme – globaal en logisch beschouwd – leidt tot de vaststelling dat de betrokken vergoeding moet worden betaald door de unità sanitaria locale (plaatselijke gezondheidsdienst). De bestreden beslissing wordt door de verzoekende ASP in cassatie aangevochten op basis van één middel, namelijk dat het arrest blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, omdat er sprake is van onrechtmatige staatssteun.

 

Overweging:

De verwijzende rechter is van oordeel dat de betrokken steun een met staatsmiddelen bekostigde maatregel is die de veehouderijsector in Sicilië begunstigt en die derhalve de mededinging kan vervalsen op een markt die op communautair niveau sterk geïntegreerd is. De maatregel is daarom in beginsel onderworpen aan de procedure van artikelen 107 en 108 VWEU. Omdat het de exclusieve bevoegdheid van de Commissie is om zich uit te spreken over de verenigbaarheid van deze maatregel met de interne markt, en bij gebrek van een besluit van de Commissie, dient het Hof verzocht te worden om een prejudiciële beslissing.

 

Prejudiciële vragen:

1. Vormt de maatregel van artikel 25, lid 16, van regionale wet nr. [19] van 22 december 2005 van de regio Sicilië, waarin het volgende is bepaald: ‚Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 van regionale wet nr. 12 van 5 juni 1989, en overeenkomstig artikel 134 van regionale wet nr. 32 van 23 december 2000 wordt een bedrag van 20 miljoen EUR vrijgemaakt voor de betaling van de bedragen die de Azienda Unità Sanitaria Locale in Sicilië dienen te betalen aan de eigenaars van dieren die in de periode 2000-2006 zijn geslacht omdat zij leden aan besmettelijke en veelvoorkomende ziekten, en voor de betaling van de zelfstandige dierenartsen die in die periode bij de saneringsactiviteiten betrokken waren. Voor de toepassing van dit lid wordt een bedrag van 10 miljoen EUR (UPB 10.3.1.3.2, post 417702) toegewezen voor het begrotingsjaar 2005. Voor de volgende begrotingsjaren wordt een regeling getroffen overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder i), van regionale wet nr. 10 van 27 april 1999, zoals gewijzigd en aangevuld’, in het licht van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag – en thans de artikelen 107 en 108 VWEU – en de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector, die zijn opgenomen in mededeling 2000/C 28/02 van de Commissie en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2000, staatssteun die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalst of dreigt te vervalsen?

2. Kan de maatregel van artikel 25, lid 16, van regionale wet nr. 19 van 22 december 2005 van de regio Sicilië, waarin het volgende is bepaald: ‚Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1 van regionale wet nr. 12 van 5 juni 1989, en overeenkomstig artikel 134 van regionale wet nr. 32 van 23 december 2000 wordt een bedrag van 20 miljoen EUR vrijgemaakt voor de betaling van de bedragen die de Azienda Unità Sanitaria Locale in Sicilië dienen te betalen aan de eigenaars van dieren die in de periode 2000-2006 zijn geslacht omdat zij leden aan besmettelijke en veelvoorkomende ziekten, en voor de betaling van de zelfstandige dierenartsen die in die periode bij de saneringsactiviteiten betrokken waren. Voor de toepassing van dit lid wordt een bedrag van 10 miljoen EUR (UPB 10.3.1.3.2, post 417702) toegewezen voor het begrotingsjaar 2005. Voor de volgende begrotingsjaren wordt een regeling getroffen overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder i), van regionale wet nr. 10 van 27 april 1999, zoals gewijzigd en aangevuld’, ofschoon hij in beginsel staatssteun kan vormen die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalst of dreigt te vervalsen, toch worden geacht verenigbaar zijn met de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag – en thans de artikelen 107 en 108 VWEU, gelet op de redenen die de Europese Commissie er in haar beschikking C(2002)4786 van 6 december 2002 toe hebben gebracht om te vast te stellen dat, aangezien was voldaan aan de criteria van de ‚communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector’, die zijn opgenomen in mededeling 2000/C 28/02 van de Europese Commissie en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2000, de soortgelijke bepalingen van artikel 11 van wet nr. 40/1997 van de regio Sicilië en artikel 7 van regionale wet nr. 22/1999 verenigbaar waren met de artikelen 87 en 88 EG?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Dimosia Epicheirisi Ilektrismou, C-590/14; PGE Górnictwo i Energetyka Konwencjonalna, C-574/14; OTP Bank Nyrt, C-672/13; Mediaset SpA, C-69/13.

Specifiek beleidsterrein: EZK; LNV