C-147/19 Atresmedia Corporación de Medios de Comunicación

C-147/19 Atresmedia Corporación de Medios de Comunicación

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 15 april 2019
Schriftelijke opmerkingen: 1 juni 2019

Trefwoorden : intellectueel eigendom;

Onderwerp :

- Richtlijn 92/100/EEG van de Raad van 19 november 1992 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom;

- Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom;

 

Feiten:

AGEDI en AIE zijn organisaties voor het beheer van intellectuele-eigendomsrechten. AGEDI beheert de intellectuele-eigendomsrechten van producenten van fonogrammen. AIE beheert de intellectuele-eigendomsrechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars. Op 29.07.2010 stelden de organisaties een vordering in tegen Atresmedia, dat eigenaar is van verschillende televisiezenders. AGEDI en AIE vorderden betaling van een schadevergoeding (€17.093.260,-) wegens de mededeling van voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogrammen (of van reproducties daarvan) aan het publiek tussen 01.06.2003 en 31.12.2009 via de door Atresmedia uitgebate televisiekanalen en wegens de ongeoorloofde reproductie van fonogrammen voor voornoemde mededeling aan het publiek. De handelsrechter stelde in een vonnis vast dat hij geen schadevergoeding kon toekennen op grond van de mededeling van fonogrammen aan het publiek die in audiovisuele werken waren opgenomen of “gesynchroniseerd”, en op grond van de instrumentale reproductie daarvan. AGEDI en AIE stelden hiertegen beroep in. De rechter in tweede aanleg wees het beroep toe en stelde dat de eigenschappen van de op het fonogram vastgelegde klanken, objectief gezien, zowel vóór als na de synchronisatie dezelfde zijn. De rechter in tweede aanleg vernietigde de uitspraak van de rechter in eerste aanleg en wees de vordering in haar geheel toe. Atresmedia heeft daartegen cassatieberoep ingesteld.

 

Overweging:

Het onderhavige cassatieberoep betreft de vraag of het recht van uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen op uitkering van de enkele billijke vergoeding vervalt wanneer een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram, waarop de uitvoering van een muziekwerk is vastgelegd, wordt “gereproduceerd” of “gesynchroniseerd” in een audiovisuele opname van een audiovisueel werk. Voor het antwoord op deze vraag moet duidelijk worden bepaald welke uitlegging moet worden gegeven aan de begrippen “fonogram” en “reproductie van een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram” in artikel 8(2) van richtlijnen 92/100 en 2006/115.

 

Prejudiciële vragen:

1. Omvat het begrip „reproductie van een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram” in art. 8, lid 2, van richtlijnen 92/100 en 2006/115 de reproductie van een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram in een audiovisuele opname die de vastlegging van een audiovisueel werk bevat?

2. Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, is een televisieomroeporganisatie die voor enigerlei mededeling aan het publiek een audiovisuele opname gebruikt die de vastlegging van een cinematografisch of audiovisueel werk bevat waarin een voor handelsdoeleinden uitgegeven fonogram is

gereproduceerd, dan gehouden tot betaling van de enkele billijke vergoeding waarin art. 8, lid 2, van voornoemde richtlijnen voorziet?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: EZK; OCW