C-168/19 en C-169/19 Istituto Nazionale della Previdenza Sociale e.a.

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 30 april 2019

Schriftelijke opmerkingen: 16 juni 2019

Trefwoorden : belastingen; gelijke behandeling; vrij verkeer; pensioen

Onderwerp :

- Artikel 18 en 21 VWEU;

- Overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek en de Republiek Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen;

 

Feiten:

Verzoeker (HB) heeft beroep ingesteld tegen het Istituto Nazionale della Previdenza Sociale (hierna: I.N.P.S.) om zijn pensioen in Portugal zonder heffing van Italiaanse belastingen te laten uitbetalen. HB heeft, nadat hij was verhuisd naar Portugal, het I.N.P.S. meegedeeld dat hij maandelijks zijn pensioen wenste te ontvangen zonder inhouding van enige Italiaanse belasting, overeenkomstig artikel 18 en artikel 19(2) van wet 562 van 10 juli 1982, waarbij de Overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek en de Republiek Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen is geratificeerd. Het I.N.P.S. heeft het verzoek van HB afgewezen en heeft bij besluit van 23.12.2015 verklaard dat gepensioneerden die een Italiaans overheidspensioen ontvangen “door artikel 19 van het verdrag zelf zijn uitgesloten van de mogelijkheid om in Portugal aanspraak te maken op de belastingvoordelen. De mogelijkheid van vrijstelling van belastingheffing [over zijn pensioen door Italië] geldt voor alle Italiaanse gepensioneerden die een pensioen uit de particuliere sector ontvangen.” Het I.N.P.S. betwist de gegrondheid van het verzoek van HB op grond dat “terwijl voor gepensioneerden die voormalige werknemers uit de particuliere sector zijn de enige voorwaarde voor de toekenning van een pensioen vóór aftrek de woonplaats is, gepensioneerden die voormalige werknemers uit de publieke sector zijn, slechts een vrijstelling van Italiaanse belastingen kunnen verkrijgen indien zij de nationaliteit van een ander land verwerven”.

 

Overweging:

De aan de orde zijnde Italiaanse regeling voert een ongelijke behandeling in tussen enerzijds Italiaanse gepensioneerden uit de particuliere sector die in Portugal wonen en anderzijds Italiaanse gepensioneerden met een overheidspensioen die ook in Portugal wonen. Dit resulteert in een verschil in fiscale behandeling – waarbij de eerste groep Italiaanse gepensioneerden gunstiger en de tweede groep minder gunstig wordt behandeld – dat een belemmering van het vrije verkeer in de Europese Unie vormt.

 

Prejudiciële vragen:

Moeten de artikelen 18 en 21 VWEU aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat op grond waarvan een in een andere lidstaat wonende persoon die al zijn inkomsten in de eerste lidstaat heeft verworven, maar niet de nationaliteit van de tweede lidstaat heeft, aan belasting over het inkomen wordt onderworpen zonder aanspraak te kunnen maken op de belastingvoordelen van deze laatste lidstaat?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-632/13;, C-520/04;

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal; BZK; SZW