C-221/19 Pomorski Wydział Zamiejscowy Departament Do Spraw Przestępczości Zorganizowanej i Korupcji Prokuratury Krajowej e.a.

C-221/19 Pomorski Wydział Zamiejscowy Departament Do Spraw Przestępczości Zorganizowanej i Korupcji Prokuratury Krajowej e.a.

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 13 mei 2019
Schriftelijke opmerkingen: 29 juni 2019

Trefwoorden : verzamelvonnissen; wederzijdse erkenning van vonnissen

Onderwerp :

- Kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie;

- Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie;

 

Feiten:

Op 31.07.2018 heeft de veroordeelde AV een verzoek bij de verwijzende rechter gedaan om een verzamelvonnis jegens hem. AV is veroordeeld bij vier afzonderlijke vonnissen (drie Pools, één Duits). In de loop van de procedure voor het verzamelvonnis is vastgesteld dat het Duitse vonnis van 15.02.2017 bij beslissing van 12.01.2018 van de verwijzende rechter met het oog op de tenuitvoerlegging is overgenomen in Polen. Bij deze beslissing zijn de feiten naar Pools recht gekwalificeerd en is aangegeven dat er een vrijheidsstraf ten uitvoer moet worden gelegd, die identiek is aan de sanctie die door de Duitse rechter was uitgesproken. In het verzoek om het verzamelvonnis heeft de veroordeelde aangevoerd dat dit moet worden gewezen volgens het beginsel van volledige absorptie, aangezien de voorwaarden daarvoor vervuld zijn. Ter terechtzitting van 10.01.2019 heeft de raadsman van AV een bewijsaanbod gedaan tot toelating van een bewijsstuk in het dossier. Dit stuk had betrekking op het feit dat in die zaak een vonnis van een Duitse rechter, overgenomen in Polen, in een verzamelvonnis was opgenomen. De rechter heeft dit stuk aan het bewijsmateriaal toegevoegd. Uit het dossier blijkt dat de verwijzende rechter bij beslissing van 29.01.2014 onder andere de vrijheidsstraf die aan de veroordeelde ZK is opgelegd bij de in Polen overgenomen beslissing van de Duitse rechter heeft samengevoegd met de uitspraak van de Poolse rechter. Dit vonnis is door de raadsman van de veroordeelde betwist. De rechter in hoger beroep heeft een rechtsvraag aan het grondwettelijk hof gesteld, namelijk of het nationale verbod op de opname in een verzamelvonnis van veroordelingen in andere EU-lidstaten, verenigbaar is met de Poolse grondwet en het Handvest. Bij beslissing van 23.11.2016 heeft de rechter in hoger beroep beslist het beroep van de veroordeelde niet te behandelen, aangezien deze het beroep met toestemming van de veroordeelde had ingetrokken. In het licht daarvan heeft het grondwettelijk hof de procedure bij beslissing van 15.12.2016 beëindigd. Dit betekent dat het vonnis onherroepelijk is en dat één van de daarbij opgelegde straffen de vrijheidsstraf is die de met het oog op tenuitvoerlegging in Polen overgenomen Duitse uitspraak omvat.

 

Overweging:

Volgens de verwijzende rechter moet het mogelijk zijn om veroordelingen uit verschillende lidstaten in een verzamelvonnis samen te voegen indien deze met het oog op tenuitvoerlegging in een andere lidstaat worden overgenomen en in het kader van een verzamelvonnis worden samengevoegd met nationale vonnissen. De bestaande rechtspraak van het Hof geeft echter geen antwoord op de vraag of dit kan.

 

Prejudiciële vragen:

1. Moet artikel 3, lid 3, van kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie, waarin wordt bepaald dat de inaanmerkingneming van in andere lidstaten uitgesproken eerdere veroordelingen als bedoeld in lid 1 er niet toe leidt dat eerdere veroordelingen of eventuele besluiten betreffende de tenuitvoerlegging daarvan door de lidstaat die de procedure uitvoert,

erdoor worden doorkruist, ingetrokken of herzien, aldus worden uitgelegd dat er niet alleen sprake is van een doorkruising in de zin van deze bepaling indien een veroordeling in een andere lidstaat van de Europese Unie wordt opgenomen in een verzamelvonnis, maar ook indien daarin een sanctie wordt opgenomen die met het oog op tenuitvoerlegging is overgenomen van een andere lidstaat van de Europese Unie en die in het kader van een verzamelvonnis is samengevoegd met een in die lidstaat uitgesproken veroordeling?

2. Kan – in het licht van de bepalingen van kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de

tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, welke betrekking hebben op de beginselen van de exequaturprocedure, neergelegd in artikel 8, leden 2 tot en met 4, en in artikel 19, leden 1 en 2, waarin wordt bepaald dat zowel de beslissingsstaat als de tenuitvoerleggingsstaat amnestie of gratie kan verlenen (lid 1) en dat alleen de beslissingsstaat kan beschikken op een verzoek tot herziening van het vonnis waarbij de op grond van dit kaderbesluit ten uitvoer te leggen sanctie is opgelegd (lid 2), en in artikel 17, lid 1, eerste volzin, waarin wordt bepaald dat de tenuitvoerlegging van de sanctie wordt beheerst door het recht van de tenuitvoerleggingsstaat – een verzamelvonnis worden gewezen waarin een veroordeling in een lidstaat van de Europese Unie wordt opgenomen die met het oog op tenuitvoerlegging in een andere lidstaat van de Europese Unie in het kader van een verzamelvonnis is samengevoegd met een in die lidstaat uitgesproken veroordeling?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Zdziaszek, C-271/17 PPU

Specifiek beleidsterrein: JenV