C-266/19 EIS

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 27 mei 2019
Schriftelijke opmerkingen: 13 juli 2019

Trefwoorden : Consumentenrechten, Herroeping, Beschikbaarheid telefoonnummer

Onderwerp :

- Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten, artikel 6, lid 1, onder h), en lid 4, juncto bijlage I, deel A

 

Feiten:

EIS GmbH heeft van TO afgifte gevorderd van een onthoudingsverklaring met boetebeding en vergoeding van de aanmaningskosten (€612,80) omdat TO gebruikmaakte van onjuiste herroepingsinstructies en het adverteren met testresultaten. TO geeft gevorderde verklaring af, en maant EIS aan dat zij in de herroepingsinstructies op haar website geen telefoonnummer heeft benoemd. De kosten van de aanmaning zijn €612,80, welke vordering volgens TO verrekend dient te worden met de vordering van EIS. EIS stelt een gerechtelijke procedure in waarin zij vordert dat TO geen recht heeft op de aangevoerde vorderingen en vergoeding van kosten uit de aanmaning en tevens vordert EIS de kosten van haar aanmaning gericht aan TO. EIS stelt dat zij op haar website in het impressum evenals op de homepagina haar telefoonnummer vermeldt. TO vordert in reconventie de eisen van zijn aanmaning aan EIS. De rechter in eerste instantie wijst de vordering van TO toe, waarop de verwijzende rechter het beroep van EIS heeft verworpen. In een Revision-procedure toegelaten door de verwijzende rechter rijzen de ondergenoemde prejudiciële vragen.

 

Overweging:

De verwijzende rechter wil weten hoe de Duitse implementatie van artikel 6, lid 1, onder h), en lid 4, juncto bijlage I, deel A, van Richtlijn 2011/83/EU moeten worden uitgelegd wanneer gebruikgemaakt wordt van het modelformulier voor herroeping. Dit specifiek wanneer er op de daarvoor bestemde plek geen telefoonnummer wordt ingevuld maar dit wel aanwezig is, en vermeld wordt in het impressum en op de homepage als vastgesteld door de verwijzende rechter. De tweede vraag heeft betrekking op de situatie wanneer een handelaar een nummer zakelijk gebruikt maar niet voor het sluiten van overeenkomsten op afstand, iets dat aan de orde is gekomen in een reeds verwezen zaak (C-649/17). In die zaak had de beschikbaarheid van het telefoonnummer betrekking op de algemene precontractuele informatieverplichtingen waaraan door speciaal geschoolde medewerkers moet worden voldaan bij mogelijke vragen i.v.m. het sluiten van overeenkomsten op afstand. In de onderhavige zaak worden louter herroepingsverklaringen ontvangen en vastgelegd, wat geacht wordt geen grotere inspanning te zijn dan herroepingsverklaringen die via andere wegen worden ontvangen. In zaak C-649/17 werd gebruikgemaakt van dezelfde telefoonnummers voor het sluiten van overeenkomsten op afstand evenals communicatie met ondernemers of overheidsinstanties. Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake, maar de rechter stelt voor de volledigheid de vraag.

 

Prejudiciële vragen:

1. Is een telefoonnummer in de zin van de instructies voor het invullen van het modelformulier voor herroeping overeenkomstig bijlage I, deel A, bij richtlijn 2011/83/EU „[beschikbaar]”, wanneer de handelaar het telefoonnummer vermeldt in zijn impressum of duidelijk weergeeft op de homepage van zijn website?

2. Is een telefoonnummer in de zin van de instructies voor het invullen van het modelformulier voor herroeping overeenkomstig bijlage I, deel A, bij richtlijn 2011/83/EU „[beschikbaar]”, wanneer de handelaar de telefoonaansluiting weliswaar zakelijk gebruikt, maar niet gebruikt voor het sluiten van overeenkomsten op afstand en deze derhalve ook niet ter beschikking stelt voor de herroeping van overeenkomsten op afstand, in de vorm van het in ontvangst nemen van herroepingsverklaringen?

 

Specifiek beleidsterrein: EZK, JenV