C-297/19 Naturschutzbund Deutschland – Landesverband Schleswig-Holstein

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 10 juni 2019
Schriftelijke opmerkingen: 27 juli 2019

Trefwoorden : milieuschade, habitat, vogelbescherming, aansprakelijkheid

Onderwerp :

- Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade

 

Feiten:

Verzoeker (Naturschutzbund Deutschland – Landesverband Schleswig-Holstein) vordert van verweerder (Kreis Nordfriesland) dat zij de in het geding geroepen partij (Deich- und Hauptsielverband Eiderstedt (DHE)) verplicht tot het nemen van herstelmaatregelen in lijn met de Duitse omzetting van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn. DHE heeft een gemaalinstallatie gebruikt en hierdoor heeft de habitat van de zwarte stern en de zwarte stern zelf schade geleden in de zin van de USchadG (Duitse omzetting, Umweltschadengesetz), maar DHE heeft geen gebruik van de bodem gemaakt om opbrengsten te verkrijgen. Dit staat desalniettemin in de weg dat er aanmerkelijke effecten zijn, ook al is er sprake van normaal beheer door DHE. DHE voert namelijk een beroepsactiviteit uit, ook al ligt hieraan een publiekrechtelijke verplichting ten grondslag. Geding is in Revision, waarbij verweerder en in het geding geroepen partij bevestiging van de beslissing in eerste aanleg vorderen, waarbij de vordering van verzoeker is afgewezen.

 

Overweging:

Met zijn vragen wil de verwijzende rechter verduidelijking van termen gebruikt in de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn. Met de eerste vraag wil de rechter weten hoe het begrip “normaal beheer” moet worden geïnterpreteerd m.b.t. een gemaalinstallatie die voor de noodzakelijke bevloeiing en afwatering van landbouwoppervlakten zorgt. Verder verzoekt de rechter uitleg over het zijn van “normaal” in termen van beheer, daarbij overwegende dat wellicht gebiedsspecifieke criteria voorrang moeten worden gegeven. Daarnaast wil de rechter uitleg over de temporele criteria van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn en welk beheer relevant is voor deze richtlijn. Tevens verzoekt de rechter uitleg over de bepaling beheer “zoals voordien uitgeoefend door eigenaars of exploitanten” en of hierbij rekening dient te worden gehouden met bestaande habitatdossiers of dat de bepaling dient als vangnet, wanneer er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor een criteriabepaling. Met zijn tweede vraag wil de verwijzende rechter uitsluitsel over of de activiteit die DHE verricht (op grond van een wettelijke delegatie in het algemeen belang uitvoert) een beroepsactiviteit is in de zin van de richtlijn, m.a.w. is de gemaalinstallatie een “economische activiteit”/”onderneming”, omdat DHE zich onmogelijk zou kunnen onttrekken aan uitvoering van de gedelegeerde opdracht.

 

Prejudiciële vragen:

1) a) Omvat het begrip „het normale beheer” in de zin van bijlage I, [derde] alinea, tweede streepje, van richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (hierna: „milieuaansprakelijkheidsrichtlijn”), activiteiten die onlosmakelijk zijn verbonden met een direct gebruik van de bodem om opbrengsten te verkrijgen? Zo ja:

b) Onder welke voorwaarden is een beheer, zoals vastgelegd in habitatdossiers of in documenten waarin de doelen zijn uiteengezet, aan te merken als „normaal” in de zin van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn?

c) Welk temporeel criterium moet worden aangelegd bij de vraag of een beheer overeenstemt met het beheer „zoals voordien uitgeoefend” door eigenaars of exploitanten in de zin van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn?

d) Wordt de vraag of een beheer overeenstemt met het beheer zoals voordien uitgeoefend door eigenaars of exploitanten in de zin van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn beantwoord zonder acht te slaan op de habitatdossiers respectievelijk de documenten waarin de doelen zijn uiteengezet?

2) Is een activiteit die op grond van een wettelijke delegatie in het algemeen belang wordt uitgevoerd, aan te merken als een „beroepsactiviteit” in de zin van artikel 2, punt 7, van de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:,C-529/15; Fipa Group e.a., C-534/14; Raffinerie Mediterranee e.a., C-378/08

Specifiek beleidsterrein: EZK, INW