C-299/19 Techbau

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 12 juni 2019
Schriftelijke opmerkingen: 29 juli 2019

Trefwoorden : overheidsopdrachten; betalingsachterstand; handelstransacties;

Onderwerp :

- Richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties;

- Richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken;

- Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties;

 

Feiten:

De lokale gezondheidsdienst van Alessandria (hierna: ASL) en Techbau hebben op 29.04.2010 een aanbestedingsovereenkomst gesloten voor een totaalbedrag van €7.487.719,49. Voorwerp van deze overeenkomst was de turnkey-levering en inrichting van een geprefabriceerde modulaire operatiefaciliteit voor het ziekenhuis van Casale Monferrato. Volgens het bestek van de aanbesteding bestond de door de onderneming te verrichten prestatie in het volgende: de levering van een operatiefaciliteit bestaande uit 6 operatiekamers, de verwezenlijking van de draagconstructie, het ontwerp overeenkomstig de technische vereisten in het bestek en de uitvoering van alle voor de levering noodzakelijke en dienstige civieltechnische werken en installaties. ASL heeft de contractprijs betaald, maar met grote vertraging ten opzichte van de in het bestek van aanbesteding vastgestelde termijnen voor de betaling. Techbau heeft de volgens haar verschuldigde vertragingsrente vastgesteld op €197.008,65 en een rechtszaak aanhangig gemaakt om dit bedrag in te vorderen.

 

Overweging:

Het geschil betreft de afbakening van de werkingssfeer van de nationale regeling die richtlijn 2000/35 in Italiaans recht omzet. Binnen de werkingssfeer van deze regeling vallen “handelstransacties”. Dit zijn “opdrachten, onder welke benaming dan ook die uitsluitend of in de hoofdzaak betrekking hebben op de levering van goederen of de verrichting van diensten tegen vergoeding. De verwijzende rechter is van mening dat het begrip “het leveren van goederen of het verrichten van diensten” uit de richtlijn ook opdrachten voor werken – van particuliere dan wel openbare aard – en met name overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken omvat. De nationale regeling bepaalt echter niet duidelijk dat overheidsopdrachten voor werken hieronder vallen, waardoor deze regeling in strijd is met het Unierecht. Hierbij verwijst de verwijzende rechter naar de inleiding van een inbreukprocedure tegen Italië, waarna de Italiaanse staat haar wetgeving heeft aangepast en het niet langer omstreden kan zijn dat opdrachten voor werken binnen de werkingssfeer van de Unieregeling inzake betalingsachterstand vallen. De verwijzende rechter wijst er echter op dat deze nieuwe wet geen uitdrukkelijke overgangsregeling bevat die de werkingssfeer uitbreidt naar overeenkomsten die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van die nieuwe wet, waardoor het niet duidelijk is of de nationale regeling ook van toepassing is op deze overheidsopdrachten.

 

Prejudiciële vraag:

Staat artikel 2, lid 1, van richtlijn 2000/35/EG in de weg aan een nationale bepaling als artikel 2, lid 1, onder a), van decreto legislativo nr. 231 van 9 oktober 2002, die opdrachten voor de uitvoering van werken, van openbare dan wel particuliere aard, en inzonderheid overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken in de zin van richtlijn 93/37/EEG, uitsluit van het begrip „handelstransacties” – gedefinieerd als opdrachten die „uitsluitend of in hoofdzaak betrekking hebben op de levering van goederen of de verrichting van diensten tegen vergoeding” – en dus van de eigen werkingssfeer?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: EZK; BZK