C-327/19 Nobina Finland

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).


Termijnen: Motivering departement: 26 juni 2019
Schriftelijke opmerkingen: 12 augustus 2019

Trefwoorden: overheidsopdrachten; diensten; openbaar vervoer; beperkingsclausule achteraf

Onderwerp:

- Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, alsmede bijlage XII bij deze richtlijn (hierna: richtlijn nutsbedrijven);

- Bijlage VII bij richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten;

- Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG;

 

Feiten:

De Helsingin seudun liikenne-kuntayhtymä (vervoersmaatschappij voor de regio Helsinki, hierna: HSL) maakte in het Publicatieblad van de Europese Unie van 25.08.2015 een oproep tot mededinging voor een opdracht inzake busvervoer bekend. In deze zaak gaat het om de vraag of de aanbestedende dienst het aantal percelen van deze opdracht die aan één inschrijver kunnen worden gegund, mocht beperken overeenkomstig een clausule die door hem in de uitnodiging tot inschrijving was opgenomen (hierna: beperkingsclausule). Volgens de beperkingsclausule kon aan één inschrijver de exploitatie van maximaal 110 lijnbussen worden gegund. HSL heeft hiervoor als reden aangevoerd dat het te gunnen totale vervoersvolume buitengewoon hoog is. Het doel van de beperking bestaat erin de bestaande concurrentiesituatie op de markt voor busvervoer in de regio Helsinki te waarborgen en het bedrijfsrisico te verminderen dat door de overname van een groot vervoersvolume en het verzorgen van het vervoer op gewijzigde lijnen ontstaat voor de kwaliteit van de vervoersvoorziening. Volgens beperkingsclausule is voorwerp 210 van de opdracht op grond van het kleinste verschil overgedragen van Nobina (120 voertuigen), die de beste inschrijving had ingediend, aan Pohjolan Kaupunkiliikenne (72 voertuigen), die de op een na beste inschrijving had ingediend. Na toepassing van de beperkingsclausule bedraagt het aantal lijnbussen bij Nobina 94 en bij Pohjolan Kaupunkiliikenne 98.

 

Overweging:

De verwijzende rechter acht een verzoek om een prejudiciële vraag in casu absoluut noodzakelijk. Duidelijk moet worden of de richtlijn nutsbedrijven, in een situatie waarin een inschrijver overeenkomstig de uitnodiging tot inschrijving voor meerdere of alle percelen van een opdracht een inschrijving kan indienen, eraan in de weg staat dat de aanbestedende instantie het aantal percelen van de opdracht dat aan één inschrijver kan worden gegund, in zijn gunningsbeslissing kan beperken. Bovendien moet worden uitgelegd welke betekenis voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van de beperkingsclausule moet worden toegeschreven aan het feit dat de richtlijn nutsbedrijven de opdeling van opdrachten in percelen niet uitdrukkelijk regelt en het gunningscriterium overeenkomstig deze richtlijn de economisch meest voordelige inschrijving of de laagste prijs moet zijn. Voorts moet worden uitgelegd of bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de beperkingsclausule rekening kan worden gehouden met het concrete resultaat waartoe de toepassing van de clausule in de oproep tot mededinging zou kunnen leiden. Volgens de verwijzende rechter heeft het Hof zich hier nog niet over gebogen.

 

Prejudiciële vragen:

1. Verzet richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (richtlijn nutsbedrijven 2004) zich tegen een uitlegging volgens welke een aanbestedende dienst, in een situatie waarin op meerdere of alle percelen van een opdracht kan worden ingeschreven, met een clausule in de uitnodiging tot inschrijving het aantal percelen dat aan één inschrijver mag worden gegund kan beperken (beperkingsclausule)?

2. De beperkingsclausule die in de in casu betrokken oproep tot mededinging voor het busvervoer is opgenomen, bepaalt dat wanneer de aan een inschrijver gegunde voorwerpen van de opdracht het in de clausule vastgelegde maximumaantal voertuigdagen overschrijden, het voorwerp van de opdracht waarbij het puntenverschil tussen de beste en de op één na beste inschrijving, vermenigvuldigd met het aantal voertuigen van dat voorwerp van de opdracht, het kleinst is, overgaat naar de inschrijver die de op één na beste inschrijving heeft ingediend. De toepassing van de beperkingsclausule kan ertoe leiden dat aan de inschrijver die de beste inschrijving voor het voorwerp in kwestie heeft ingediend, op grond van de oproep tot mededinging, in totaal minder voertuigdagen worden gegund dan aan de inschrijver die de op een na beste inschrijving voor dat voorwerp van de opdracht heeft ingediend.

a) Kan bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de beperkingsclausule rekening worden gehouden met het concrete resultaat waartoe de toepassing van de in de oproep tot mededinging vervatte beperkingsclausule zou kunnen leiden, of moet in abstracto worden beoordeeld of een beperkingsclausule als aan de orde in het hoofdgeding volgens de richtlijn nutsbedrijven 2004 al dan niet is toegestaan?

b) Zijn de in de uitnodiging tot inschrijving ter motivering van de clausule opgegeven omstandigheden, die verband houden met de vrijwaring van de concurrentiesituatie op het gebied van het vervoer per lijnbus in de regio Helsinki en met het verminderen van het bedrijfsrisico dat de overname van een groot vervoersvolume en het verzorgen van het vervoer op gewijzigde lijnen voor de kwaliteit van de vervoersvoorziening meebrengt, van belang bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een beperkingsclausule als aan de orde in het hoofdgeding?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: BZK; EZK