C-340/19 Hydro Energo

C-340/19 Hydro Energo

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 21 juni 2019
Schriftelijke opmerkingen: 7 augustus 2019

Trefwoorden : douanecode; nomenclatuur; indeling

Onderwerp :

- Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

 

Feiten:

In april 2012 heeft verzoekster in eerste aanleg, SIA Hydro Energo, een verzoek ingediend om goederen in het vrije verkeer te brengen die, zoals zij verklaarde, dienden te worden ingedeeld onder postonderverdeling 7403 21 00 van de gecombineerde nomenclatuur. Het basistarief van de invoerrechten voor die post bedraagt 0%. Bij het controleren van de gegevens concludeerde de Letse belastingdienst dat de door verzoekster in eerste aanleg aangegeven goederen bestonden uit warmgewalste messing platen. Omdat post 7403 geen gewalste producten omvat, werden de door verzoekster in eerste aanleg aangegeven goederen ingedeeld onder postonderverdeling 7407 21 10 van de gecombineerde nomenclatuur. Het basistarief van de invoerrechten voor die post bedraagt 4,8%. Bij besluit van 10.09.2014 ontving verzoekster van de Letse belastingdienst een naheffingsaanslag tot betaling van de vastgestelde douanerechten plus moratoire rente aan de nationale schatkist. Het beroep dat verzoekster hiertegen heeft ingesteld is toegewezen. Daarbij baseerde de rechter zich op een deskundigenadvies, waaruit bleek dat het kopergehalte in het goederenmonster 98,82% bedroeg, terwijl het zinkgehalte 0,56% was. In dat advies wordt tevens opgemerkt dat het aangedragen monster een halffabricaat van de kopergieterij is, dat als zodanig niet kan worden gebruikt voor mechanische doeleinden of voor de fabricage van producten door middel van persing. De grote poriën, perforaties en scheuren die zijn te zien op het snijvlak van de plaat vormen bewijs voor deze constatering. De rechter concludeerde daartoe dat het metaal overeenstemde met de definitie van geraffineerd koper. Gezien de rechthoekige vorm van het litigieuze goed, is het ingedeeld onder postonderverdeling 7403 13 00. De Letse belastingdienst heeft cassatie ingesteld.

 

Overweging:

De verwijzende rechter twijfelt of de producten onder de definitie van staven in de zin van de gecombineerde nomenclatuur vallen. De door de Europese Commissie uitgewerkte toelichtingen, die belangrijke hulpmiddelen zijn bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten bieden geen opheldering over de vraag of de dwarsdoorsnede van de producten over de gehele lengte massief en gelijk moet zijn, zoals wordt vereist door aantekening 1, onder d), van hoofdstuk 74 van de gecombineerde nomenclatuur.

 

Prejudiciële vraag:

Moet de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1006/2011 van de Commissie van 27 september 2011, aldus worden uitgelegd dat warmgewalste rechthoekige baren van koper of van koperlegeringen waarvan de dikte een tiende van de breedte overtreft, maar waarvan het snijvlak onregelmatige poriën, perforaties en scheuren vertoont, dienen te worden ingedeeld onder post 7407 (staven en profielen, van koper)?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-547/13

Specifiek beleidsterrein: FIN-fisc