C-360/19

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 2 juli 2019
Schriftelijke opmerkingen: 18 augustus 2019

Trefwoorden : stroomstoring; klachtenrecht; transmissiesysteembeheerder; distributiesysteem

Onderwerp :

- Richtlijn 2009/72 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit;

 

Feiten:

Op 27.03.2015 deed zich een grootschalige stroomstoring voor als gevolg van storing in het 380 kV-station Diemen. Dit station is onderdeel van het Nederlandse 380 kVhoogspanningsnet, waarvan TenneT is aangewezen als landelijk netbeheerder. De storing leidde tot volledige uitval van het station waardoor een groot deel van de provincie Noord-Holland en een klein deel van de provincie Flevoland geen stroom meer had. Dit trof ongeveer één miljoen huishoudens, een aantal grootverbruikers en vitale infrastructuren zoals de nationale luchthaven Schiphol en delen van het spoorwegennet. Na ongeveer een uur is station Diemen weer onder spanning gebracht en hierna is de stroomvoorziening gefaseerd hersteld. Appellante exploiteert een papierfabriek in Velsen-Noord en is met haar fabriek aangesloten op het 50 kV-net dat wordt beheerd door netbeheerder Liander en wordt gevoed door het door TenneT beheerde landelijke hoogspanningsnet. De stroomstoring onderbrak het transport van elektriciteit naar appellante gedurende een deel van 27 maart 2015. Appellante stelt dat zij daardoor schade heeft geleden en zij heeft ACM gevraagd om vast te stellen dat TenneT niet al hetgeen redelijkerwijs in haar vermogen lag in het werk heeft gesteld om onderbreking van de transportdienst te voorkomen en dat het netontwerp van station Diemen niet voldeed aan het wettelijke criterium van de enkelvoudige storingsreserve. De ACM heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen partij zou zijn met een geschil met een netbeheerder, aangezien zij geen directe relatie heeft met TenneT.

 

Overweging:

Partijen verschillen van mening over de uitleg van het begrip "partijen die een klacht hebben". Zij zijn het erover eens dat die woorden de groep klachtgerechtigden beperken, maar verschillen van inzicht over de juiste begrenzing van die groep. Hier gaat het in het bijzonder om de vraag of een klacht kan worden ingediend door een rechtspersoon die een bedrijf voert met (enkel) een aansluiting op een regionaal net waarvan de stroomlevering stokt door een stroomonderbreking op het landelijke net dat het regionale net voedt.

 

Prejudiciële vragen:

Moet artikel 37, elfde lid, van Richtlijn 2009/72 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG aldus worden uitgelegd dat deze bepaling het klachtrecht ten aanzien van de beheerder van het landelijke net (transmissiesysteembeheerder) ook opent voor een partij, indien die partij geen aansluiting heeft op het net van die betreffende landelijk netbeheerder (transmissiesysteembeheerder), maar uitsluitend een aansluiting heeft op een regionaal net (distributiesysteem) waarop het transport van elektriciteit stokt door een onderbreking op het landelijk net (transmissiesysteem) dat het regionale net (distributiesysteem) voedt?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-578/18, Energiavirasto

Specifiek beleidsterrein: EZK;