C-365/19 Staatliches Amt für Landwirtschaft und Umwelt Mittleres Mecklenburg

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 15 juli 2019
Schriftelijke opmerkingen: 1 september 2019

Trefwoorden : landbouw; subsidies; steun;

Onderwerp :

- Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad;

- Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die verordening;

 

Feiten:

Verzoekster is een jonge landbouwer in de zin van artikel 50(2) van verordening 1307/12013. Op haar verzoek heeft zij voor het aanvraagjaar 2015, op basis van haar toenmalige oppervlakte, uit het regionale maximum 32,17 betalingsrechten op grond van artikel 24 van verordening 1307/2013 van verweerder kosteloos toegewezen gekregen. Op 12.05.2016 verzocht zij om nog eens 30,32 betalingsrechten, omdat haar bedrijf zich ondertussen uitstrekte over een oppervlakte van 62,777 ha. Bij beschikking van 26.01.2017 heeft verweerder dat verzoek afgewezen. Verzoekster en verweerder zijn het oneens over de toewijzing van de 30.32 betalingsrechten. Verzoekster vindt dat zij daar als jonge landbouwer recht op heeft op basis van artikel 30 (4,6) van verordening 1307/2013, en anders op basis van artikel 28(2) van gedelegeerde verordening 2014/639. Het Duits uitvoeringsbesluit inzake rechtstreekse betalingen (DirektZahlDurchfV) sluit alleen uit dat nog een – tweede – keer betalingsrechten uit de nationale reserve kunnen worden toegewezen. Dit is volgens verzoekster niet het geval aangezien haar toewijzing in 2015 niet uit de nationale reserve kwam, maar uit het regionale maximum. Verweerder stelt dat volgens het DirektZahlDurchfV zowel de nationale reserve als het regionale maximum deel uit maken van het nationale maximum. Verder stelt verweerder dat artikel 28(2) van gedelegeerde verordening 639/2014 geen doel treft omdat deze bepaling louter een regeling vormt voor de berekening van de betalingsrechten (en dus niet in een recht voorziet).

 

Overweging:

Voor zover artikel 30(6) van verordening 1307/2013 als zodanig geen recht geeft op toewijzing van betalingsrechten ten gunste van (o.a.) jonge landbouwers - hetgeen volgens de verwijzende rechter het geval is - rijst door deze machtigingsbepaling de vraag of de Uniewetgever die de gedelegeerde verordening heeft vastgesteld, een dergelijk recht kan verlenen, daar hij immers slechts binnen de grenzen van de machtigingsverordening van het Europees Parlement en de Raad mag handelen. Indien uit artikel 30(6) van verordening 1307/2013 juncto artikel 28(2) van gedelegeerde verordening 639/2014, een uitputtend geformuleerd recht op toewijzing van betalingsrechten uit de nationale reserve of de regionale reserve voor een jonge landbouwer rechtstreeks zou worden afgeleid, rijst de vraag hoe de nationale staat bij de toewijzing van betalingsrechten in dat opzicht zowel de gelijke behandeling van landbouwers zou moeten waarborgen als markt- en concurrentieverstoringen zou moeten vermijden, waarvoor hij volgens artikel 30(4) van verordening (EU) nr. 1307/2013 moet zorgen. Gelet op een en ander wordt de volgende prejudiciële vraag aan het Hof voorgelegd.

 

Prejudiciële vraag:

Verleent artikel 30, lid 6, van verordening (EU) nr. 1307/2013 – desgevallend juncto artikel 28, lid 2, van gedelegeerde verordening (EU) nr. 639/2014 – ook een recht op toewijzing van betalingsrechten voor het aanvraagjaar 2016 aan een jonge landbouwer wanneer reeds tevoren, op grond van artikel 24 van verordening (EU) nr. 1307/2013, uit het nationale maximum 2015 betalingsrechten overeenkomstig zijn toenmalige areaal kosteloos aan hem zijn toegewezen?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: LNV; EZK