C-438/19 Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände

C-438/19 Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 29 juli 2019
Schriftelijke opmerkingen: 15 september 2019

Trefwoorden : Consumentenbescherming, herroepingsrecht, automatische levering

Onderwerp :

- Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 85/577/EEG en van richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad

 

Feiten:

Verzoekster (consumentenvereniging Duitsland) maakt bezwaar tegen clausule van datingsite van verweerster (parwise.at) waarmee herroepingsrecht wordt opgegeven meteen na koop (omdat parwise dan meteen begint met leveren van digitale inhoud). In eerste aanleg heeft het Landgericht gesteld dat een dergelijke verklaring van de consument pas na het sluiten van de overeenkomst, maar niet voor of gelijktijdig met het sluiten van de overeenkomst kan worden gegeven. Hiertegen komt parwise in beroep.

 

Overweging:

Allereerst wil de verwijzende rechter weten of de overeenkomst betreffende het datingplatform wel of niet uitsluitend betrekking heeft op levering van digitale inhoud. Mocht hierop het antwoord bevestigend luiden, moet worden getoetst of de informatie over de verklaring in lijn is met de toepasselijke voorschriften (met name het herroepingsrecht, en de voorwaarden die daarbij horen).

 

Prejudiciële vragen:

1) Wordt aan de consument in het geval van een op afstand gesloten overeenkomst digitale inhoud in de zin van artikel 16, onder m), van de richtlijn geleverd wanneer hij met een handelaar een overeenkomst sluit voor deelname aan een datingplatform op het internet?

2) Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt: Leidt het begin van levering van digitale inhoud door de handelaar aan de consument ook dan tot verlies van het herroepingsrecht van de consument krachtens artikel 16, onder m), van de richtlijn, indien de handelaar in strijd met artikel 8, lid 7, van de richtlijn heeft verzuimd van tevoren een bevestiging van de gesloten overeenkomst, met de in artikel 8, lid 7, genoemde gegevens, aan de consument te verstrekken? Voor zover het herroepingsrecht van de consument in dat geval in stand blijft: Dient de consument krachtens artikel 6, lid 1, onder k), van de richtlijn hierover van tevoren te worden geïnformeerd?

 

Specifiek beleidsterrein: EZK, JenV