C-445/19 Viasat Broadcasting UK

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 6 augustus 2019
Schriftelijke opmerkingen: 23 september 2019

Trefwoorden : Dienst van algemeen economisch belang, staatsteun, onrechtmatigheidsrente

Onderwerp :

- VWEU, artikelen 102, 106, 107, en 108

- Mededeling van de Commissie over de handhaving van de staatssteunregels door de nationale rechterlijke instanties

- Mededeling van de Commissie: Naar een doelmatige tenuitvoerlegging van beschikkingen van de Commissie waarbij lidstaten wordt gelast onrechtmatige en onverenigbare steun terug te vorderen

- Beschikking 2006/217/EG van de Commissie van 19 mei 2004 betreffende de staatssteun van Denemarken aan TV 2/Danmark, NN 22/2002

- Beschikking C(2004) 3632 definitief van de Commissie van 6 oktober 2004 in de zaak inzake steunmaatregel N 313/2004 betreffende de herkapitalisatie van TV 2 DANMARK A/S

- Beschikking C(2008) 4224 definitief van de Commissie van 4 augustus 2008 in zaak nr. 287/2008

- Besluit 2011/839/EU van de Commissie van 20 april 2011 betreffende de staatssteun van Denemarken (C-2/03) aan TV 2/Danmark

- Besluit 2012/109/EU van de Commissie van 20 april 2011 betreffende steunmaatregel C 19/09 (ex N 64/09) die Denemarken voornemens is ten uitvoer te leggen ten behoeve van de herstructurering van TV 2 Danmark A/S

 

Feiten:

Viasat (verzoekster) concurreert met TV 2 (verweerster, samen met Deense staat) op de Deense markt voor landelijke distributie van televisiezenders. Onderhavige procedure werd gestart in 2006 door Viasat, maar werd opgeschort in afwachting van de uitkomst van de verscheidene procedures voor de Unierechter betreffende TV 2’s financieringsregeling. Na de recent gewezen arresten (C-549/15 e.v.) is vast komen te staan dat de maatregelen die van 1995 tot 2002 ten gunste van TV 2 zijn genomen, aan te melden staatssteun vormden die verenigbaar is met de interne markt, maar dat zij worden toegepast in strijd met de standstill-verplichting. De volledige programmering van de landelijke onderneming TV 2 kan worden beschouwd als publieke televisie, en dat de daarmee verband houdende kosten kunnen worden gezien als kosten van een openbare dienst. Viasat vordert van TV 2 onrechtmatigheidsrente voor de door TV 2 ontvangen staatssteun van 1995 tot en met 2003 in een situatie waarin de steun later werd goedgekeurd als compensatie voor een openbare dienst.

 

Overweging:

Middels zijn eerste vraag wil de verwijzende rechter weten of een betaling van onrechtmatigheidsrente gelast kan worden ook wanneer er steun geleverd is die later als compensatie voor een dienst van algemeen belang is gekwalificeerd en verenigbaar met de interne markt bevonden op basis van de algehele financiële situatie van de dienstverlener. Daarnaast wil de rechter middels zijn tweede vraag meer toelichting op het CELF-arrest (C-199/06, met name inzake steun die overgedragen is aan de regionale dienstverleners en of deze overdracht moet worden meegewogen in het gelasten van de onrechtmatigheidsrente. Tot slot wil de verwijzende rechter weten hoe de verhouding tussen de winst gemaakt door een andere overheidsonderneming en de financieringsbehoeften van de dienstverlener aan wie staatssteun is verleend effect kan hebben op het gelasten van de onrechtmatigheidsrente.

 

Prejudiciële vragen:

1) Is de verplichting van een nationale rechter om een ontvanger van steun te gelasten onrechtmatigheidsrente te betalen (zie het arrest CELF) ook van toepassing in een situatie zoals die in de onderhavige zaak, waarin de onrechtmatige staatssteun compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang vormde, die vervolgens verenigbaar met de interne markt werd bevonden op grond van artikel 106, lid 2, VWEU, en waarin de goedkeuring werd gegeven op grond van een beoordeling van de algehele financiële situatie van de onderneming die de dienst van algemeen economisch belang verricht, waaronder de kapitalisatie ervan?

 

2) Is de verplichting van een nationale rechter om een ontvanger van steun te gelasten onrechtmatigheidsrente te betalen (zie het arrest CELF) ook van toepassing ten aanzien van bedragen die, in omstandigheden zoals die van de onderhavige zaak, overeenkomstig een publiekrechtelijke verplichting worden overgedragen van de steunontvanger naar verbonden ondernemingen, maar bij een definitief besluit van de Commissie zijn aangemerkt als een voordeel voor de steunontvanger in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU?

 

3) Is de verplichting van een nationale rechter om een ontvanger van steun te gelasten onrechtmatigheidsrente te betalen (zie het arrest CELF) ook van toepassing ten aanzien van staatssteun die de steunontvanger, in omstandigheden zoals die van de onderhavige zaak, ontving van een door de overheid gecontroleerde onderneming, wanneer de middelen van laatstgenoemde deels afkomstig zijn uit de verkoop van de diensten van de steunontvanger?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-280/00; CELF, C-199/06; C-384/07; TV 2/Danmark/Commissie, C-649/15 P; Commissie/TV 2/Danmark, C-656/15 P; Viasat Broadcasting UK/TV 2/Danmark, C-657/15 P; Viasat Broadcasting UK/Commissie, C-660/15; TV 2/DANMARK A/S e.a./Commissie, T-309/04, T-317/04, T-329/04 en T-336/04; TV 2/Danmark/Commissie, T-674/11; Viasat Broadcasting UK/Commissie, T-125/12; Eesti Pagar, C-349/17; Residex Capital IV CV, C-275/10; Siemens/Commissie, T-459/93.

Specifiek beleidsterrein: EZK, BZK, OCW