C-449/19 WEG Tevesstraβe

C-449/19 WEG Tevesstraβe

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 31 juli 2019
Schriftelijke opmerkingen: 17 september 2019

Trefwoorden : btw-richtlijn; zesde richtlijn; belastingaftrek; voorbelasting; warmtelevering

Onderwerp :

- Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

- Verklaring nr. 1 voor de Raadsnotulen met betrekking tot richtlijn 2006/112

- Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag

- Verklaring nr. 7 voor de Raadsnotulen van 17 mei 1977 ad artikel 13 van richtlijn 77/388

 

Feiten:

Dispuut over de aftrek van voorbelasting over aankoop- en exploitatiekosten van een warmte-krachtcentrale (verzoekster, vereniging van woning- en mede-eigenaren, een GmbH, overheidsinstantie en gemeente). Voor 2012 heeft verzoekster voor €19.765,17 aan voorbelasting opgegeven, waar verweerster 28% van aftrekt als deel van de elektriciteitsopwekkingskosten. Aftrek op het deel dat te maken heeft met warmteopwekking wordt geweigerd omdat leveringen van warmte aan eigenaren belastingvrij zijn. Op 13.12.2016 is beroep ingesteld tegen deze weigering omdat het bezwaar werd afgewezen.

 

Overweging:

Verwijzende rechter is in het ongewisse of artikel 13 van richtlijn 77/388 en artikel 136 van richtlijn 2006/112 aanwijzingen bevatten dat de wetgever een belastingvrijstelling heeft willen verlenen voor leveringen van warmte door verenigen van eigenaren ten behoeve van de eigenaren en verwijst deze vraag door naar het Hof.

 

Prejudiciële vraag:

Moeten de bepalingen van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 2006, L 347, blz. 1) aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat krachtens welke btw-vrijstelling wordt verleend voor leveringen van warmte door verenigingen van eigenaren ten behoeve van de eigenaren?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Commissie/Frankrijk, C-60/96; C-17/18; C-292/89; VAG Sverige, C-329/95

Specifiek beleidsterrein: FIN-FISC