C-463/19 Syndicat CFTC du personnel de la Caisse primaire d’assurance maladie de la Moselle

C-463/19 Syndicat CFTC du personnel de la Caisse primaire d’assurance maladie de la Moselle

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik
hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 8 augustus 2019
Schriftelijke opmerkingen: 23 september 2019

Trefwoorden : toekenning verlof; discriminatieverbod; collectieve arbeidsovereenkomst

Onderwerp :

- Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep

 

Feiten:

CY is werknemer bij het ziekenfonds en valt onder de betreffende Franse cao. Hij is vader van een dochter, geboren op 5 april 2016. Hem is verlening van het in artikel 46 van de cao genoemde ‘opvoedingsverlof’ geweigerd, omdat dit zou zijn voorbehouden aan vrouwen. Artikel 46 bepaalt dat aan een ‘werkneemster’ verlof wordt verleend in het kader van een zwangerschap. Het ziekenfonds is daarom van mening dat het niet van toepassing kan zijn op de vader. Het stelt dat artikel 46 niet discrimineert, omdat artikel 45 – dat betrekking heeft op verlof dat verband houdt met de zwangerschap en de bevalling – enkel van toepassing is op vrouwen. Artikel 46 is ondergeschikt aan artikel 45 en nu dat artikel niet van toepassing kan zijn op een man, kan artikel 46 dat evenmin. Volgens de vakbond houdt deze uitlegging discriminatie op grond van geslacht in. In tegenstelling tot artikel 45, dat betrekking heeft op zwangerschapsverlof, houdt artikel 46 namelijk geen verband met een overweging van lichamelijke aard. Evenwel heeft de Cour de cassation in 2017 bepaald dat een mannelijke werknemer in het geheel geen beroep kan doen op het in artikel 46 van de cao genoemde verlof.

 

Overweging:

De verwijzende rechter twijfelt aan de verenigbaarheid van het arrest van de Cour de cassation met het Unierecht dat het recht op gelijke behandeling van mannen en vrouwen op alle gebieden – inclusief werkgelegenheid, beroep en beloning – vastlegt.

 

Prejudiciële vraag:

 

1) Moet richtlijn 2006/54/EG, gelezen in het licht van de artikelen 8 en 157 VWEU, de algemene Unierechtelijke beginselen van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie, en artikel 20, artikel 21, lid 1, en artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de Unie, aldus worden uitgelegd dat

artikel 46 van de Franse collectieve arbeidsovereenkomst voor socialezekerheidsorganen, op grond waarvan alleen aan de vrouwelijke werknemers van deze organen die zelf hun kinderen opvoeden na het

zwangerschapsverlof een verlof van drie maanden met behoud van een half salaris of een verlof van anderhalve maand met behoud van het volledige salaris en een onbetaald verlof van een jaar wordt toegekend, niet onder de materiële werkingssfeer van deze richtlijn valt?

 

Specifiek beleidsterrein: SZW, BZK