C-487/19 W.Ż.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 7 oktober 2019
Schriftelijke opmerkingen: 23 november 2019

Trefwoorden: onafhankelijkheid rechter; benoeming

Onderwerp:

- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 47;

 

Feiten:

WŻ is een rechter die is overgeplaatst van een kamer van het regionaal gerecht K., naar een andere kamer van dat gerecht. WŻ heeft hiertegen beroep ingesteld bij de nationale raad voor de magistratuur (KRS) die de procedure heeft geschorst. Vervolgens heeft WŻ dit besluit van de KRS aangevochten bij de SN (verwijzende rechter). WŻ heeft vervolgens een verzoek ingediend tot wraking van alle rechters van de SN die zetelen in de kamer van buitengewone controle en openbare aangelegenheden. Deze kamer zou, gelet op haar institutionele vorm en het feit dat de leden ervan door de KRS worden gekozen in strijd met de grondwet, zijn beroep niet op onpartijdige en onafhankelijke wijze kunnen behandelen. Het verzoek tot benoeming van alle rechters op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft, is opgenomen in besluit 331/2018 van de KRS. Dit besluit is in zijn geheel aangevochten bij de NSA door andere partijen bij de benoemingsprocedure, die door de KRS niet als kandidaat-rechter voor de SN zijn voorgedragen aan de Poolse president. De NSA heeft de tenuitvoerlegging van besluit 331/2018 geschorst. De Poolse president is desondanks overgegaan tot betekening van de akten van benoeming van de kandidaat-rechters op wie het door WŻ ingediende wrakingsverzoek betrekking had, onder wie rechter AS. De behandeling van de zaken voor de NSA ter betwisting van besluit 331/2018 zijn geschorst hangende de uitspraak van het Hof (zaak C-824/18). Op 08.03.2019 heeft AS het beroep van WŻ niet-ontvankelijk verklaard. In deze procedure is ingestemd met het standpunt van de aanklager zonder dat WŻ vooraf de mogelijkheid is geboden opmerkingen in te dienen.

 

Overweging:

De betreffende formatie van de SN heeft geoordeeld dat het feit dat de beslissing is gegeven vóór de behandeling van het wrakingsverzoek, in strijd is met het bepaalde in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. De SN heeft tevens geoordeeld dat de behandeling en de afdoening van de zaak door een gerecht dat niet beschikt over het dossier, en zonder dat WŻ in de gelegenheid is gesteld kennis te nemen van het standpunt van de aanklager, een inbreuk vormt op het recht te worden gehoord. De SN heeft zich tevens afgevraagd of A.S. – gelet op de omstandigheden waarin hij is benoemd – rechter bij deze rechterlijke instantie is. Bij de beoordeling van deze vraag zijn bij de SN ernstige twijfels gerezen. Deze twijfels betreffen de vraag of een alleensprekende rechter die is benoemd onder kennelijke schending van de nationale rechtsregels inzake de benoeming van rechters, welke schending met name bestaat in de benoeming van een rechter in omstandigheden als die waarin A.S. is benoemd, kan worden aangemerkt als een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de zin van het Unierecht.

 

Prejudiciële vraag:

Moeten artikel 2, artikel 6, leden 1 en 3, en artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU, gelezen in samenhang met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten en artikel 267 VWEU, aldus worden uitgelegd dat er geen sprake is van een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de zin van het Unierecht, indien het daarbij gaat om een gerecht dat zitting houdt in een enkelvoudige kamer waarvan de zittende rechter in zijn ambt is benoemd onder kennelijke schending van de rechtsregels van de lidstaat inzake de benoeming van rechters, welke schending er met name in bestaat dat deze rechter is benoemd ofschoon het besluit van de nationale autoriteit (Krajowa Rada Sądownictwa, nationale raad voor de magistratuur) dat betrekking had op het verzoek tot benoeming van deze rechter eerder is aangevochten bij de bevoegde nationale rechter (Naczelny Sąd Administracyjny, hoogste bestuursrechter), de tenuitvoerlegging van dit besluit overeenkomstig het nationale recht is geschorst en de procedure voor de bevoegde nationale rechter (Naczelny Sąd Administracyjny) niet was beëindigd voordat de benoemingsakte is overhandigd?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: JenV; BZK; BZ