C-540/19 WV

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 4 september 2019
Schriftelijke opmerkingen: 21 oktober 2019

Trefwoorden : rechterlijke bevoegdheid; sociale bijstand;

Onderwerp :

- Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen;

 

Feiten:

Verzoeker (Landkreis Hamburg) is een openbaar lichaam dat belast is met verlening van sociale bijstand. Op grond van een bij wet gecedeerd recht vordert verzoeker van verweerder (WV) betaling van de kosten van onderhoud van zijn moeder vanaf april 2017. De in 1948 geboren moeder van verweerder woont sinds 2009 in een bejaarden- en verpleegtehuis in Keulen. Verweerder stelt dat de Duitse rechterlijke instanties internationaal onbevoegd zijn. De Duitse rechter in eerste aanleg oordeelde hetzelfde en verklaarde de vordering niet-ontvankelijk. Op verzoekers hoger beroep heeft de hoogste rechter in de deelstaat het bestreden vonnis vernietigd en de zaak terugverwezen. Volgens deze rechter zijn de Duitse rechterlijke instanties internationaal bevoegd. De keuze die de moeder krachtens de verordening toekomt, maakt het mogelijk om de onderhoudsvordering jegens haar zoon in te stellen hetzij bij het bevoegde gerecht van de plaats waar de onderhoudsgerechtigde haar gewone verblijfplaats heeft in Duitsland, hetzij bij het bevoegde gerecht van de plaats waar verweerder zijn gewone verblijfplaats heeft in Oostenrijk. Dat keuzerecht zou eveneens door verzoeker kunnen worden uitgeoefend als cessionaris van de onderhoudsvordering. Het cassatieberoep van verweerder is gericht tegen dat oordeel. Hij concludeert tot bevestiging van het vonnis van de rechter in eerste aanleg.

 

Overweging:

De vraag of verzoeker zich kan beroepen op artikel 3b) van de verordening is relevant voor de beslechting van het geschil. Aangezien er kennelijk geen andere gronden zijn op basis waarvan de Duitse rechterlijke instanties internationale bevoegdheid zou toekomen, zou het cassatieberoep gegrond zijn wanneer artikel 3b) van de verordening niet speelt in het voordeel van verzoeker. In het andere geval zou verweerders cassatieberoep moeten worden verworpen.

 

Prejudiciële vraag:

Kan een openbaar lichaam dat krachtens publiekrechtelijke bepalingen aan een onderhoudsgerechtigde sociale bijstand heeft verleend, zich op grond van artikel 3, onder b), van verordening nr. 4/2009 wenden tot het bevoegde gerecht van de plaats waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft, wanneer het jegens de onderhoudsplichtige regres uitoefent op grond van een wettelijke cessie waarbij de burgerrechtelijke onderhoudsvordering aan dit openbaar lichaam is overgegaan als gevolg van socialebijstandsverlening?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-433/01; C-271/00; 120/79; r C-400/13 en C-408/13; 189/87; C-295/95; C-400/13 en C-408/13.

Specifiek beleidsterrein: JenV; SZW; BZK