C-556/19 Société ECO

C-556/19 Société ECO

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 10 september 2019
Schriftelijke opmerkingen: 27 oktober 2019

Trefwoorden: staatssteun; afvalstoffen; milieu

Onderwerp:

- VWEU, artikel 107(1)

- Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen;

 

Feiten:

Uit het Franse milieuwetboek volgt dat de producenten die kledingtextiel, linnengoed en schoenen op de Franse markt brengen, ofwel zelf moeten zorgen voor de verwerking van het afval afkomstig van deze producten, ofwel de verantwoordelijkheid daarvoor moeten overdragen aan een erkende instelling. De erkende instelling int daarvoor bijdragen en verwerkt het afval door contracten met sorteerbedrijven te sluiten. In casu is Eco TLC de enige erkende instelling, zij verzoekt om nietigverklaring van het besluit van 19.09.2017 houdende wijziging van het besluit van 03.04.2014. Zij betoogt dat met het bestreden besluit een maatregel wordt ingevoerd die nieuwe onrechtmatige staatssteun vormt, aangezien de maatregel niet vooraf bij de Commissie is aangemeld. Verweerder en de Franse federatie van recyclingondernemingen betogen dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat Eco TLC geen procesbelang heeft. Het besluit van 03.04.2014 bevat een tabel waarin de bedragen aan steun worden vermeld die aan de sorteerbedrijven worden uitgekeerd. Volgens het besluit van 03.04.2014 moet de erkende instelling het bedrag van de bijdragen die zij int, afstemmen op het niveau dat strikt noodzakelijk is zonder winst te maken of verlies te lijden en zonder op andere terreinen activiteiten te ondernemen. Uit het dossier blijkt dat een door de Staat aangewezen censuurambtenaar de vergaderingen van de raad van bestuur van die vennootschap bijwoont – zonder stemgerechtigd te zijn. De censuurambtenaar wordt overal van op de hoogte gesteld op het gebied van financieel beheer. Mochten de regels van goed financieel beheer niet worden opgevolgd, dan brengt hij de bevoegde staatsautoriteiten daarvan op de hoogte, die een geldboete tot €30.000,- kunnen opleggen of zelfs de erkenning kunnen intrekken. Binnen deze grenzen kan Eco TLC vrijelijk haar beheerkeuzes maken. Ten aanzien van de gelden die bestemd zijn voor de betaling van de bijdragen geldt met name geen bijzondere depotverplichting.

 

Overweging:

De vraag is of artikel 107 VWEU aldus moet worden uitgelegd dat de in het geding zijnde regeling moet worden geacht een steunmaatregel van de staat in de zin van dit artikel in te voeren. Deze vraag is doorslaggevend voor het door de verwijzende rechter te beslechten geding en is moeilijk te beantwoorden. Bijgevolg moet zij aan het Hof worden voorgelegd en dient de behandeling van het beroep te worden geschorst totdat het Hof uitspraak heeft gedaan.

 

Prejudiciële vraag:

Moet artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat een regeling als beschreven in de punten 9 tot en met 11, waarbij een particuliere milieu-instelling zonder winstoogmerk – houder van een door de publieke autoriteiten afgegeven erkenning – financiële bijdragen int bij bedrijven die een bepaalde categorie producten op de markt brengen, en in ruil daarvoor een dienst verricht – welke bedrijven daartoe een overeenkomst met die instelling ondertekenen –, die erin bestaat dat zij voor hun rekening zorgt voor de verwerking van het afval dat van die producten afkomstig is en aan de bedrijven die met de sortering en terugwinning van dat afval zijn belast, subsidies stort waarvan het bedrag in de erkenning is vastgelegd op basis van milieu- en sociale doelstellingen, moet worden beschouwd als een steunmaatregel van de staat in de zin van deze bepalingen?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: EZK