C-629/19 Sappi Austria Produktion et Wasserverband “Region Gratkorn-Gratwein”

C-629/19 Sappi Austria Produktion et Wasserverband “Region Gratkorn-Gratwein”

Prejudiciële hofzaak  

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 16 oktober 2019
Schriftelijke opmerkingen: 2 december 2019

Trefwoorden : afvalstof; bijproduct;

Onderwerp :

- Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;

- Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater;

 

Feiten:

“Sappi Austria Produktion” en “Wasserverband “Region Gratkorn-Gratwein”” (hierna: verzoekers) beheren samen een afvalwaterzuiveringsinstallatie. Vanuit deze installatie wordt zuiveringsslib aangevoerd om door middel van twee verbrandingsinstallaties stoom op te wekken dat op zijn beurt de papier- en cellulosefabriek van “Sappi Austria Produktion” van energie voorziet. Het grootste deel van de zuiveringsslib (97%) dat gebruikt wordt in de verbrandingsinstallaties is afkomstig uit het productieproces van de fabriek. Het overige deel zuiveringsslib wordt aangevoerd vanuit de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Na een onderzoeksprocedure door de verweerder (minister-president deelstaat Steiermark) is besloten om aanpassingen aan de verbrandingsinstallaties vergunningplichtig te maken omdat een deel van de zuiveringsslib moet worden aangemerkt als afvalstof omdat het uit de behandeling van stedelijk afvalwater afkomstig is. Het deel afkomstig uit het productieproces kan worden aangemerkt als bijproduct. Verzoekers hebben dit besluit aangevochten bij de rechtbank en die heeft beslist dat ook het zuiveringsslib afkomstig uit de afvalwaterzuiveringsinstallatie kon worden aangemerkt als bijproduct. Tegen dit besluit heeft het Verwaltungsgerichtshof beroep ingesteld tot “Revision” bij de verwijzende rechter.

 

Overweging:

De prejudiciële vragen moeten duidelijkheid verschaffen inzake de aanmerking van het zuiveringsslib afkomstig van de waterzuiveringsinstallatie als afvalstof. Indien dat het geval is, moet ook worden bepaald of de vermenging van een gering deel afvalstof met een groter deel bijproduct nog steeds een afvalstof oplevert. Het begrip afvalstof is namelijk een Unierechtelijk begrip. Daarom moet de Oostenrijkse bepaling van afvalstof richtlijnconform worden uitgelegd. In gevallen waarin het nationale begrip afvalstof afwijkt van het Unierechtelijke begrip afvalstof, wordt het nationale begrip opzij gezet door richtlijn 2008/98.

 

Prejudiciële vragen:

1) Moet zuiveringsslib worden aangemerkt als een afvalstof in het licht van de uitzondering van artikel 2, lid 2, onder a), van richtlijn 2008/98 van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, gelezen in samenhang met richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater en/of de richtlijn betreffende zuiveringsslib, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008?

2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:

Kan een stof op grond van artikel 6, lid 1, van richtlijn 2008/98 van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen worden gekwalificeerd als een bijproduct in de zin van het Unierechtelijke begrip „afvalstof”, wanneer deze stof om procestechnische redenen in geringe mate wordt vermengd met andere stoffen die in andere omstandigheden als afvalstof zouden zijn aan te merken, wanneer dit geen invloed heeft op de gehele samenstelling van de stof en een aanzienlijk milieuvoordeel oplevert?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: AvestaPolarit Chrome Oy C-114/01; C-113/12; C-304/94; ARCO Chemie C-418/97; C-9/00; C-235/02; C-457/02; Thames Water Utilities C-252/05; Commissie/Spanje C-121/03; Tallinna Vesi AS C- 60/18; C-14/83.

Specifiek beleidsterrein: IenW;