C-636/19 CAK

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 28 oktober 2019
Schriftelijke opmerkingen: 14 december 2019

Trefwoorden : sociale zekerheid; grensoverschrijdend zorg; diensten

Onderwerp :

- Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels;

- Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels;

- Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg;

- Besluit 51 van 12 juni 2009 (2010/C 106/08) met betrekking tot de Europese ziekteverzekeringskaart (EHIC);

 

Feiten:

Appellante woont met haar echtgenoot in België en ontvangt AOW uit Nederland. Appellante had op grond van artikel 24 van verordening 883/2004 recht op zorg in België ten laste van Nederland. Na enkele medische onderzoeken in Maastricht, heeft de echtgenoot van appellante telefonisch contact opgenomen met CAK waarbij is gesproken over een beoogde medische behandeling in Duitsland. Hierbij heeft CAK de echtgenoot gewezen op de toestemmingsprocedure (S009). Op 12.03.2015 is in Maastricht bij appellante borstkanker graad 2 vastgesteld, waarna een behandelvoorstel is gedaan. Appellante heeft vervolgens op 13.03.2015 een second opinion gehad in Duitsland waarbij borstkanker graad 3 is geconstateerd. Op 20.03.2015 heeft appellante in dit ziekenhuis in Duitsland een borstoperatie ondergaan en op 25.03.2015 zijn de lymfeklieren verwijderd. Vervolgens heeft appellante in Duitsland nabehandelingen ondergaan. Op 19.03.2015 is door middel van een S009-formulier t.b.v. de second opinion van appellante toestemming gevraagd aan CAK. CAK heeft de toestemming voor de geplande medische behandeling (second opinion) onthouden, omdat er vooraf geen toestemming is gevraagd. In juli 2015 heeft appellante verzocht om vergoeding van de rekeningen van de behandelingen in Duitsland (€16.853,13). CAK heeft dit verzoek afgewezen. Nu appellante vooraf geen toestemming heeft gevraagd, acht CAK zich niet bevoegd om deze medische kosten te vergoeden. Volgens de rechtbank is CAK terecht uitgegaan van geplande medische zorg waarvoor geen toestemming is verleend en als gevolg waarvan terecht is afgezien van toekenning van een vergoeding.

 

Overweging:

De door appellante ervaren belemmering is een rechtstreeks gevolg van het feit dat zij zich met een Nederlands pensioen buiten Nederland heeft gevestigd en dat Nederland, als pensioenland, aan verdragsgerechtigden voor grensoverschrijdende extramurale gezondheidszorg buiten de woon- en pensioenstaat geen vergoeding toekent, behoudens na verleende toestemming. Personen die naar nationaal recht in Nederland verzekerd zijn voor ziektekosten, ontvangen, afhankelijk van de specifieke polisvoorwaarden van de verschillende verzekeraars, vaak wel een vergoeding voor grensoverschrijdende extramurale zorg. De verwijzende rechter legt vragen voor aan het Hof met betrekking tot de uitleg van Richtlijn 2011/24/EU en artikel 56 van het VWEU.

 

Prejudiciële vragen:

1. Moet Richtlijn 2011/24/EU aldus worden uitgelegd dat personen bedoeld in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 883/2004. die in het woonland voor rekening van Nederland verstrekkingen ontvangen, maar die in Nederland niet verzekerd zijn krachtens de wettelijke ziektekostenverzekeringen, zich rechtstreeks kunnen beroepen op die richtlijn voor het toekennen van vergoeding van kosten van verleende zorg?

Zo nee,

2. Volgt uit artikel 56 van het VWEU dat in een geval als het onderhavige het niet toekennen van een vergoeding voor in een andere lidstaat dan het woon- of pensioenland verleende zorg, een ongerechtvaardigde belemmering vormt voor het vrij verkeer van diensten?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: SZW; VWS