C-667/19 A.M.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 30 oktober 2019
Schriftelijke opmerkingen: 16 december 2019

Trefwoorden : cosmetica; bijsluiter; informatie consumenten

Onderwerp :

- Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten

 

Feiten:

A.M. heeft aankopen gedaan bij E.M., die cosmeticadistributeur van een Amerikaans bedrijf is. A.M. wil de overeenkomst herroepen omdat de afzonderlijke verpakkingen van de - voor detailverkoop bestemde - cosmetische producten niet voorzien waren van beschrijvingen in het Pools overeenkomstig de Poolse wetgeving en artikel 19(5) van verordening 1223/2009/EG. E.M. heeft aangegeven dat de goederen waren voorzien van een symbool “hand met brochure” als verwijzing naar een bijsluiter, in dit geval naar

de bij ieder product meegeleverde en in het Poolse gestelde catalogus, hetgeen voldoet aan artikel 19 van de verordening. Deze catalogus bevatte een volledige, in het Pools gestelde aanduiding van de producten, hun functies, de contra-indicaties en de toepassing ervan, alsmede de ingrediënten. Volgens de rechter in eerste aanleg waren de verklaringen van A.M. dat zij tot op de dag van ontvangst niet wist dat de producten niet in het Pools waren geëtiketteerd, niet geloofwaardig, aangezien A.M. heeft toegegeven dat de partijen al eerder met elkaar hadden samengewerkt. De rechter heeft tevens in aanmerking genomen dat er in de behandelde zaak een symbool op de verpakking was aangebracht dat naar bijgevoegde informatie verwees. A.M. heeft tegen deze beslissing in haar geheel hoger beroep ingesteld bij de rechter in tweede aanleg.

 

Overweging:

De verwijzende rechter wenst te vernemen hoe de wezenlijke functies van een cosmetisch product moeten worden opgevat in het licht van verordening 1223/2009 en of het mogelijk is om met betrekking tot de vereiste aanduidingen van cosmetische producten naar een bedrijfscatalogus te verwijzen.

 

Prejudiciële vraag:

1. Moet artikel 19, lid 1, onder f), van verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten, waarin wordt bepaald dat op de recipiënt en op de verpakking van cosmetische producten, in onuitwisbare letters, goed leesbaar en zichtbaar, aanduidingen van de functie ervan moeten zijn aangebracht, behalve wanneer deze functie blijkt uit de aanbiedingsvorm ervan, aldus worden uitgelegd dat hiermee wordt verwezen naar de wezenlijke functies van het cosmetische product in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), van de verordening, namelijk dat dit het oogmerk heeft lichaamsdelen te reinigen, te verzorgen en te beschermen (in goede staat te houden), te parfumeren en te verfraaien (het uiterlijk te wijzigen), of moeten de recipiënt en de verpakking tevens aanduidingen bevatten over specifiekere functies die het mogelijk maken de eigenschappen van het betreffende product te identificeren?

2. Moeten artikel 19, lid 2, van verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten en overweging 46 ervan aldus worden uitgelegd dat de in lid 1, onder d), g) en f), van deze bepaling bedoelde aanduidingen, te weten de voorzorgsmaatregelen, de ingrediënten en de functie, kunnen worden opgenomen in een bedrijfscatalogus die ook andere producten bevat, met gebruikmaking van het in bijlage VII, punt 1, afgebeelde symbool op de verpakking?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: VWS; EZK