C-685/19 Daimler

C-685/19 Daimler

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 5 november 2019
Schriftelijke opmerkingen: 22 december 2019

Trefwoorden: Koopovereenkomst, motorvoertuigen, emissies

Onderwerp :

Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie

 

Feiten:

Verzoeker heeft op 20-10-2015 voor zijn bedrijf een tweedehands auto gekocht van verweerster. Volgens verweerster voldeed de auto aan de voorwaarden voor indeling in de emissienorm „Euro 6” voor dieselvoertuigen. De vraag of het voertuig werkelijk voldoet aan de vereisten voor deze classificatie staat tussen partijen ter discussie. Verzoeker is van mening dat de in het voertuig aanwezige besturingssoftware die onder meer, afhankelijk van de temperatuur, het uitlaatgasreinigingssysteem en de doelmatigheid daarvan beïnvloedt, een verboden manipulatie-instrument in de zin van verordening nr. 715/2007 vormt.

 

Overweging:

Volgens de verwijzende rechter kan verzoeker enkel in zijn vordering slagen wanneer het in de onderhavige zaak gaat om een verboden manipulatie-instrument in de zin van artikel 5, lid 2, eerste volzin van verordening nr. 715/2007. In beginsel is een dergelijk manipulatie-instrument verboden, tenzij het valt onder de uitzondering van artikel 5, lid 2, tweede volzin, onder a), van verordening nr. 715/2007, waarin expliciet de noodzakelijkheid van het instrument is opgenomen. Het begrip „nodig” wordt in de verordening echter niet wettelijk gedefinieerd. In overweging 4 van de verordening is als doel opgenomen dat de door voertuigen veroorzaakte emissies moeten worden verminderd. Volgens de verwijzende rechter vindt een optimale reductie van emissies plaats met toepassing van geavanceerde technologie. De vraag is daarom of het Hof de toepassing van geavanceerde technologie doorslaggevend zou achten voor de classificatie van het manipulatie-instrument als „nodig”, en onder welke voorwaarden hiervan kan worden afgeweken door fabrikanten. Indien het Hof stelt dat dit niet het geval is, vraagt de verwijzende rechter zich af in welke mate de werking van het uitlaatgasreinigingssysteem door het manipulatie-instrument mag worden beperkt, wil het instrument nog vallen binnen de kaders van het noodzakelijkheidsbegrip. Als de beïnvloeding van het uitlaatgasreinigingssysteem gerelateerd is aan de (buiten)temperatuur zou dit ertoe leiden dat het uitlaatgasreinigingssysteem in bepaalde perioden of seizoenen dan wel vanaf of tot een bepaalde hoogte boven zeeniveau slechts in beperkte mate of helemaal niet zou werken. De doelstellingen ter verbetering van de luchtkwaliteit (zie overwegingen 5 en 6 van de verordening) en ter vermindering van de uitstoot van deeltjes en ozonprecursoren (zie overweging 4 van de verordening) zouden daardoor niet, of ten hoogste in beperkte mate worden gehaald.

 

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 5, lid 2, tweede volzin, onder a), van verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie aldus worden uitgelegd en toegepast dat alleen van een noodzakelijkheid van het gebruik van manipulatie-instrumenten in de zin van de regeling moet worden uitgegaan wanneer ook bij toepassing van de geavanceerde technologie die ten tijde van de verlening van de typegoedkeuring voor het betreffende type voertuig beschikbaar was, de bescherming van de motor tegen schade of ongevallen en de veilige werking van het voertuig niet kon worden gewaarborgd?

2) [indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord] Is het om andere redenen – bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van langdurige ervaringen of vanwege buitensporig hoge kosten van de geavanceerde technologie in vergelijking met andere technologieën, waardoor de verkoopprijs aanmerkelijk wordt beïnvloed – toegestaan af te wijken van de principeverplichting om gebruik te maken van de geavanceerde technologie die beschikbaar is op het tijdstip van de typegoedkeuring?

2) [indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord] Is er ook bij toepassing van in beginsel toegestane technologische componenten sprake van een verboden manipulatie-instrument in de vorm van het zogenoemde „thermovenster”, wanneer de daartoe in de motorbesturing opgeslagen parameters zo zijn gekozen dat het uitlaatgasreinigingssysteem a) als gevolg van de gekozen temperaturen vanwege de normaal te verwachten temperaturen gedurende een groot deel van het jaar - b) als gevolg van andere parameters – bijvoorbeeld de hoogte boven zeeniveau waarop het voertuig zich bevindt – in relevante delen van Duitsland of de Europese interne markt niet of slechts in beperkte mate wordt geactiveerd?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW, EZK