C-687/18 Associated Newspapers

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik
hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 31 december 2018
Schriftelijke opmerkingen: 17 februari 2019

Trefwoorden: gegevensbescherming

Onderwerp:

- Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens;

- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikelen 7, 8 en 47.


Feiten:

Verweerster in hoger beroep is een uitgeefster van de kranten van (o.a.) de Daily Mail. Verzoeker in hoger beroep heeft gedurende meerdere jaren geklaagd over de artikelen die verweerster inzake uiteenlopende onderwerpen had gepubliceerd. Verzoeker heeft ook geklaagd over het feit dat de Daily Mail persoonsgegevens had verzameld, opgeslagen en gebruikt. Op 29.01.2016 heeft verzoeker bij de Britse rechter beroep ingesteld tegen verweerster met betrekking tot de door verweerster gepubliceerde artikelen. Later heeft verzoeker op grond van section 32 DPA (Data Protection Act, dit artikel geeft een mogelijkheid om af te wijken van artikel 9 van de richtlijn 95/46/EG) een vordering tot schorsing van het geding ingediend. Volgens lid 4 van dit artikel moet de nationale rechter het rechtsgeding schorsen wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke op enig tijdstip (“peildatum”) in een op grond van de DPA ingeleid geding aanvoert dat, of het volgens de rechter blijkt dat, op het geding betrekking hebbende persoonsgegevens worden verwerkt voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden en met het oog op de publicatie door een persoon van journalistiek, literair of artistiek materiaal dat 24 uur voor de peildatum niet eerder door de voor de verwerking verantwoordelijke was gepubliceerd. Deze schorsing blijft volgens artikel 32 (5) DPA gelden totdat de Information Commissioner vaststelt dat aan een van de twee voorwaarden die hierboven zijn genoemd niet is voldaan of totdat de vordering wordt ingetrokken. In casu staat vast dat aan beide voorwaarden wel is voldaan en dus zou de nationale rechter op grond van artikel 32 DPA het geding moeten schorsen. Verzoeker verzet zich tegen de schorsing omdat schorsing van het geding in strijd zou zijn met het Unierecht (richtlijn 95/46/EG en Handvest van de grondrechten). Verweerster is het hier niet mee eens.


Overweging:

De verwijzende rechter overweegt dat section 32 (4) DPA in overeenstemming met het Unierecht is omdat het een maatregel is die onder de aanzienlijke beoordelingsvrijheid valt waarover de lidstaten op het Europees niveau beschikken en waarover de beleidsmakers op nationaal niveau de zeggenschap hebben bij de omzetting van de richtlijn in de nationale wetgeving. De verwijzende rechter beroept zich hierbij op recente jurisprudentie waar een soortgelijke casus voor de rechter lag en waarin is besloten dat section 32 (4) DPA niet in strijd is met het Unierecht. Ook is er volgens de verwijzende rechter geen geschilpunt op grond van artikel 22 van richtlijn 95/46/EG. Dit artikel bepaalt dat lidstaten een gang naar de rechter mogelijk moeten maken indien een persoon van mening is dat zijn rechten worden geschonden onder deze richtlijn. Aangezien artikel 32 (4) DPA dit recht niet ontzegt maar bepaalt dat de rechter het geding mag schorsen indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Een persoon heeft wel altijd toegang tot een rechter dus.


Prejudiciële vraag:

Zijn nationale bepalingen, zoals section 32 (4) en (5), van de Data Protection Act 1998 (gegevensbeschermingswet 1998, hierna: “DPA” – waarin staat dat wanneer een voor de verwerking verantwoordelijke aanvoert dat persoonsgegevens die betrekking hebben op een tegen hem ingeleid geding worden verwerkt: i) voor uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden; en ii) met het oog op publicatie van journalistiek, literair of artistiek materiaal dat niet eerder door de voor de verwerking verantwoordelijke was gepubliceerd, dergelijk geding, voor zover het niet gepubliceerde persoonsgegevens betreft, wordt geschorst totdat a) de Information Commissioner (hoofd van de dienst informatie; hierna eveneens: “Commissioner’’) vaststelt dat aan voorwaarde i) of ii) niet is voldaan, b) de vordering van de voor de verwerking verantwoordelijke wordt ingetrokken of c) de persoonsgegevens worden gepubliceerd – in overeenstemming met de artikelen 9, 22 en 23 van richtlijn 95/46/EG en met de artikelen 7, 8, en 47 van het Handvest van de grondrechten?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-73/07 Tietosuojavaltuutettu tegen Satakunnan Markkinapörssi Oy en Satamedia Oy (conclusie), Mosley tegen Verenigd Koninkrijk (EHRM).

Specifiek beleidsterrein: JenV


​​​​​​​