C-693/18 CLCV e.a.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik
hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 29 januari 2019
Schriftelijke opmerkingen: 15 maart 2019

Trefwoorden: emissiecontrolesysteem; voertuigen; milieu;

Onderwerp:

- Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie;


Feiten:

De verdachte in de onderzoeksprocedure is een autofabrikant die op het Franse grondgebied voertuigen verkoopt (hierna: vennootschap X). Vennootschap X wordt ervan verdacht voertuigen in het verkeer te hebben gebracht die waren uitgerust met een software waarmee de resultaten van controles op vervuilende uitlaatgassen (met name NOx, stikstofoxide) konden worden vervalst. Op 19.02.2016 werd een gerechtelijk vooronderzoek geopend. Er werd een gerechtelijk deskundigenonderzoek van alle testresultaten van de administratieve autoriteit en alle andere technische analyses gelast om te beschrijven hoe de litigieuze software werkt en welke de gevolgen ervan zijn met betrekking tot NOx-emissies van voertuigen waarin die software is ingebouwd. De aangestelde deskundige concludeerde dat er een instrument was ingebouwd waarmee de homologatieprocedure (goedkeuringsprocedure) kon worden gedetecteerd. Hierdoor kon de werking van het recirculatiesysteem van verbrande gassen met het oog op die homologatie worden aangepast. Als gevolg van die manipulatie steeg de stikstofoxide-emissie onder normale rijomstandigheden. Vennootschap X voert aan dat het hier geen manipulatie-instrument betreft in de zin van artikel 5(2) van de verordening). Op dit ogenblik hebben al meer dan 1.200 personen zich burgerlijke partij gesteld in het kader van het onderhavige, sinds februari 2016 lopende, gerechtelijke vooronderzoek naar ernstige misleiding omtrent de wezenlijke kenmerken en verrichte controles. Indien in casu word geoordeeld dat er sprake is van misleiding, zou deze erin bestaan dat kopers van de voertuigen met de betrokken motor zijn misleid omtrent wezenlijke kenmerken van hun voertuig. In casu zouden de wezenlijke kenmerken niet overeenstemming zijn met de verordening door de aanwezigheid van een door artikel 5(2) verboden en in artikel 3.10. omschreven manipulatie-instrument, waarmee het motormanagementsysteem voor de aansturing van de EGR-klep zo werd geprogrammeerd dat de homologatiecyclus werd gedetecteerd, zodat het NOx-emissiecontrolesysteem wel tijdens die cyclus, maar niet bij normaal gebruik van het voertuig werd ingeschakeld.


Overweging:

De instrumenten om de werking van het emissiecontrolesysteem te manipuleren kunnen verschillende vormen aannemen. Gelet op die verscheidenheid aan technische concepten moet men duidelijk kunnen vaststellen dat een bepaald instrument een manipulatie-instrument in de zin van de verordening is. De omschrijving van manipulatie-instrument die in artikel 3.10 van die tekst worden gegeven, bevat echter verschillende begrippen waarover de verwijzende rechter van het Hof uitlegging wenst te verkrijgen, om na te gaan of deze bepalingen in casu van toepassing zijn. Samen met dit verzoek zijn op dezelfde dag bij het Hof drie andere, vergelijkbare verzoeken in verband met andere autofabrikanten die op het Franse grondgebied voertuigen verkopen, ingediend (zaken C-690/18 – 692/18).


Prejudiciële vragen:

Uitlegging van het begrip constructieonderdeel

1.1. Wat wordt verstaan onder het begrip constructieonderdeel in artikel 3, punt 10, van verordening (EG) nr. 715/2007, waarin een definitie wordt gegeven van manipulatie-instrument (defeat device)?

1.2. Kan een in het motormanagementsysteem ingebouwd programma of meer algemeen een programma dat inwerkt op het motormanagementsysteem om dit te manipuleren, als een constructieonderdeel in de zin van dit artikel worden beschouwd?


Uitlegging van het begrip emissiecontrolesysteem

2.1. Wat wordt verstaan onder het begrip emissiecontrolesysteem in artikel 3, punt 10, van verordening (EG) nr. 715/2007, waarin een definitie wordt gegeven van manipulatie-instrument (defeat device)?

2.2. Omvat dit emissiecontrolesysteem alleen technologieën en strategieën om na de emissies (met name NOx) na het ontstaan ervan te behandelen en te verminderen, of ook de verschillende technologieën en strategieën waarmee het ontstaan van emissies kan worden beperkt, zoals de EGR-technologie?


Uitlegging van het begrip manipulatie-instrument (defeat device)

3.1. Is een instrument waarmee elke parameter die verband houdt met het verloop van de homologatieprocedures bedoeld in verordening (EG) nr. 715/2007 wordt gedetecteerd, met de bedoeling tijdens die procedures de werking van elk onderdeel van het emissiecontrolesysteem te activeren of naar boven toe te moduleren, teneinde de homologatie van het voertuig te verkrijgen, een manipulatie-instrument (defeat device) in de zin van artikel 3, punt 10, van verordening (EG) nr. 715/2007?

3.2. Zo ja, is een dergelijk manipulatie-instrument [defeat device] op grond van artikel 5, lid 2, [van verordening] (EG) nr. 715/2007 verboden?

3.3. Kan een instrument zoals beschreven in vraag 3-1 als „manipulatieinstrument” worden aangemerkt indien een sterkere werking van het emissiecontrolesysteem doelmatig is, niet alleen tijdens de homologatieprocedures naar boven toe wordt geactiveerd, maar ook wanneer de precieze omstandigheden die tijdens de homologatieprocedures worden gedetecteerd om het emissiecontrolesysteem naar boven toe te moduleren, zich in reële rijomstandigheden voordoen?


Uitlegging van de uitzonderingen waarin artikel 5 voorziet

4.1. Wat valt onder de drie uitzonderingen waarin artikel 5, lid 2, van verordening (EG) nr. 715/2007 voorziet?

4.2. Is het mogelijk dat het verbod op een manipulatie-instrument (defeat device) waarmee de werking van elk onderdeel van het emissiecontrolesysteem specifiek tijdens de homologatieprocedures wordt geactiveerd of naar boven toe wordt gemoduleerd, om één van de drie in artikel 5, lid 2, vermelde redenen niet geldt?

4.3. Valt vertraging van het verouderingsproces of van de vervuiling van de motor onder de noodzaak „om de motor te beschermen tegen schade of ongevallen en om de veilige werking van het voertuig te verzekeren” die de aanwezigheid van een defeat device in de zin van artikel 5, lid 2, onder a), kan rechtvaardigen?


Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: IenW

​​​​​​​