C-707/19 K.S.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    22 november 2019
Schriftelijke opmerkingen:                    8 januari 2020

Trefwoorden : aansprakelijkheidsverzekeringen; nodige maatregelen; transport naar andere lidstaat;

Onderwerp :

•          Richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen aansprakelijkheid;

 

Feiten:

Op 23.01.2017 heeft verzoeker (K.S.) bij de verwijzende rechter beroep ingesteld tegen verweerder (A.B.) strekkende tot betaling van een bedrag  als vergoeding van de kosten voor het wegslepen van een beschadigd voertuig als vergoeding voor het wegslepen van een beschadigde aanhangwagen en een bedrag van als vergoeding van de voor de beschadigde voertuigen gemaakte parkeerkosten. Niet betwijfeld wordt dat er op 30.10.2014 te Letland een ongeval is gebeurd waarbij een voertuig en een aanhangwagen beschadigd zijn geraakt. Deze voertuigen waren eigendom van verzoeker en waren geregistreerd in Polen. Verweerder was de verzekeraar van de veroorzaker. Door het ongeval zijn de voertuigen dermate beschadigd geraakt dat zij niet naar het adres van de onderneming van de benadeelde konden worden teruggehaald. Om deze redenen heeft verzoeker moeten instaan voor de parkeerkosten van de beschadigde voertuigen en de kosten voor het transport van deze voertuigen naar Polen. Verweerder heeft zijn aansprakelijkheid voor het ongeval erkend, maar heeft enkel twee keer een lager bedrag dan het eigenlijke bedrag als vergoeding voor het wegslepen van het voertuig en de aanhangwagen. Hij heeft geweigerd om de parkeerkosten terug te betalen. Verweerder beroept zich op het feit dat hij krachtens het Letse recht uitsluitend verplicht is tot vergoeding van de sleepkosten op het grondgebied van Letland en dat hij de parkeerkosten alleen dient terug te betalen indien deze verband houden met een strafrechtelijke of een andere procedure.

 

Overweging:

In de voorliggende zaak zijn bij de verwijzende rechter twijfels gerezen over de vraag in hoeverre artikel 3 van richtlijn 2009/103 de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de wettelijke aansprakelijkheid voor de schade waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, door een verzekering wordt gedekt. De vraag luidt of dit artikel aldus moet worden uitgelegd dat de door iedere lidstaat getroffen “nodige maatregelen” ertoe dienen te strekken dat er in het kader van een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering wordt voorzien in dekking voor alle geleden schade, met inbegrip van de kosten voor het wegslepen van het voortuig naar het land van herkomst van de benadeelde en van de voor de voertuigen gemaakte parkeerkosten.

 

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 3 van richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (PB 2009, L 263, blz. 11) aldus worden uitgelegd dat in het kader van de „nodige maatregelen” elke lidstaat ervoor moet zorgen dat de aansprakelijkheid van een verzekeringsonderneming in het kader van de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid de dekking van alle geleden schade inhoudt, met inbegrip van de gevolgen van een schadegeval bestaande in het noodzakelijke wegslepen van het voertuig van de benadeelde naar zijn land van herkomst en de voor de betrokken voertuigen gemaakte noodzakelijke parkeerkosten?

2) In het geval van een bevestigend antwoord op de hierboven gestelde vraag: kan deze aansprakelijkheid op enigerlei wijze in de wetgeving van een lidstaat worden beperkt?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: (C-409/11);

Specifiek beleidsterrein: JenV; FIN