C-781/18 S.I.A.E.

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 13 februari 2019

Schriftelijke opmerkingen: 30 maart 2019

Trefwoorden : auteursrecht

Onderwerp :

- Aanbeveling nr. 2005/739/EG van de Commissie van 18 mei 2005 betreffende het collectieve grensoverschrijdende beheer van auteursrechten en naburige rechten ten behoeve van rechtmatige onlinediensten;

- Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve grensoverschrijdende beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multi-territoriale licentieverlening van rechten inzake muziek voor het online gebruik ervan op de interne markt.

 

Feiten:

Op de Italiaanse markt zijn voor de verlening en het beheer van auteursrechten actief S.I.A.E. (Italiaanse bond van auteursrechten) en de Britse vennootschap Soundreef. Soundreef verricht sinds 2011 bemiddelingsactiviteiten t.b.v. auteursrechtelijk beschermde werken. S.I.A.E. is een “collectief beheerorganisatie” (CBI) en Soundreef een “onafhankelijke beheersorganisatie” (CBO). Deze verschillende aanduidingen lijken niet van belang voor de vraag of S.I.A.E. al dan niet exclusief op de Italiaanse markt voor de verlening en het beheer van auteursrechten mag opereren.

S.I.A.E. is van mening dat hij bij uitsluiting gerechtigd is te handelen op de hiervoor genoemde markt, mede gezien artikel 180 van de Italiaanse auteurswet, en dat Soundreef zich schuldig maakt aan oneerlijke mededinging. S.I.A.E. wijst ook naar het arrest van het Hof in zaak C-351/12 waaruit volgens S.I.A.E. kan worden afgeleid dat het collectief beheer van auteursrecht aan één collectieve beheerorganisatie kan worden opgedragen. S.I.A.E. wijst ook op artikel 180 van de Italiaanse auteurswet, die volgens S.I.A.E. aan hem als enige de bevoegdheid wordt gegeven tot het beheer van auteursrecht namens meer dan één belanghebbende. Opmerking verdient evenwel dat genoemd artikel in 2017 is gewijzigd en dat het oorspronkelijk alleen aan S.I.A.E. verleende recht voor de verlening en het beheer van auteursrecht kan worden uitgebreid naar andere CBI’s. Soundreef is evenwel van mening dat het uitsluitende recht van S.I.A.E. is strijd is met het EU-recht, in het bijzonder artikel 56 VWEU (vrij verkeer van diensten) en met hiervoor genoemde richtlijn 2014/26/EU en dat hij daarom, in dit geval, op de Italiaanse markt voor de verlening en het beheer van auteursrechten mag opereren.

 

Overweging:

De verwijzende rechter wijst erop dat zowel CBI’s en CBO’s gerechtigd zijn om auteursrechten te beheren namens meer dan één rechthebbende. Hij is van mening dat de vraag kan worden gesteld of het gerechtvaardigd is dat, in dit geval, Soundreef, wordt uitgesloten van de Italiaanse markt voor de verlening en het beheer van auteursrechten. Hij is dan ook van oordeel dat dienaangaande een prejudiciële vraag moet worden gesteld. Nagegaan moet worden of dit al dan niet in overeenstemming is met het vrij verkeer van diensten (artikelen 49 en 56 VWEU) en met richtlijn 2014/26/EU.

 

Prejudiciële vraag:

Moet richtlijn 2014/26/EU aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staat aan een nationale regeling die de toegang tot de markt voor de bemiddeling van auteursrechten, althans de verlening van licenties aan gebruikers, voorbehoudt aan organisaties die volgens de definitie van deze richtlijn kunnen worden gekwalificeerd als collectieve beheerorganisaties, met uitsluiting van organisaties die kunnen worden gekwalificeerd als onafhankelijke beheerentiteiten die in dezelfde staat of in andere lidstaten zijn opgericht?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: OSA C-377/14.

Specifiek beleidsterrein: VenJ, EZK; OCW

​​​​​​​