C-790/19 Parchetul de pe lângă Tribunalul Braşov

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     26 februari 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     12 april 2020

Trefwoorden : strafbare feiten, witwassen, belastingontduiking

Onderwerp :

•          Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

•          Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie.

 

Feiten:

De Roemeense rechter in eerste aanleg heeft beklaagde LG voorwaardelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar en 9 maanden voor 80 feiten van witwassen. Volgens het oordeel van deze rechter kan aan LG worden toegerekend dat hij in een bestuursfunctie belasting heeft ontdoken. Het van belastingontduiking afkomstige geld welke LG vervolgens heeft witgewassen is hem via zijn levenspartner MH in handen gekomen. De rechter heeft beklaagde MG echter vrijgesproken aangezien niet was voldaan aan de voorwaarde van toerekenbaarheid. Er was namelijk niet aangetoond dat zij wist dat LG geld had witgewassen dat afkomstig was uit belastingontduiking. Het Openbaar Ministerie bestrijdt het vonnis onder andere wegens ongegrondheid van de vrijspraak van MH, maar ook omdat richtlijn 2015/849 niet in Roemeens recht is omgezet, hoewel de omzettingstermijn in 2017 was verstreken, en de feiten zijn gepleegd vóór de vaststelling van die richtlijn. Volgens het Openbaar Ministerie voldoet de richtlijn aan de normen van de theorie van de acte clair zoals het Hof deze heeft ontwikkeld, en is er sprake van continuïteit in de door de Europese Unie vastgestelde wetgevingshandelingen, aangezien de inhoud ervan hetzelfde is.

 

Overweging:

De vigerende zowel als de ingetrokken richtlijnen definiëren witwassen op gelijkaardige wijze in elk van de verschillende uitvoeringsvormen, en de nationale wet heeft de bepalingen betreffende de definitie van de feiten bijna identiek omgezet. De verwijzende rechter heeft echter vastgesteld dat er een conflict bestaat tussen de verschillende wijzen waarop de nationale norm wordt uitgelegd; de rechterlijke praktijk biedt uiteenlopende oplossingen. Volgens de rechtspraak van het Hooggerechtshof en het Grondwettelijk Hof van Roemenië, kan de pleger van het misdrijf van witwassen, in welke vorm dan ook, niet dezelfde zijn als die van het onderliggende misdrijf. Zowel de tekst van de richtlijn (in elk van de opeenvolgende vormen) als de tekst van de Roemeense nationale wet bevat de voorwaarde „wetende dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit”, waaruit de verwijzende rechter na semantische, grammaticale en teleologische analyse concludeert dat de pleger in beide misdrijven niet dezelfde persoon kan zijn. De verwijzende rechter verwijst tevens naar de Engelse taalversie van de richtlijn en maakt vervolgens een parallel tussen het common law-stelsel en het Romeins-Duitse rechtsstelsel, onder verwijzing naar de Italiaanse, de Spaanse en de Nederlandse strafwet en naar teksten uit de rechtsleer. Deze rechter is van oordeel dat de theorie van de acte clair in casu niet van toepassing is, aangezien zowel de doctrine als de rechterlijke praktijk uiteenlopende oplossingen bieden op dit punt.

 

Prejudiciële vraag:

Dient deze bepaling [artikel 1, lid 3, onder a), van richtlijn 2015/849] aldus te worden uitgelegd dat degene die de bij het misdrijf van witwassen behorende gedragingen pleegt, altijd iemand anders is dan degene die het onderliggende misdrijf pleegt (het misdrijf waaruit het witgewassen geld afkomstig is)?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN, JenV