C-792/19 TUIfly

Prejudiciële hofzaak   

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     7 januari 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     24 februari 2020

Trefwoorden : compensatie luchtreizigers; staking

Onderwerp :

•          Verordening (EG) 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91

 

Feiten:

Luchtreizigers hebben bij verweerster een vlucht van Keulen naar Palma de Mallorca geboekt. De vlucht is echter niet volgens schema vertrokken. De vertraging was te wijten aan de volgende omstandigheden: Verweerster vernam dat in Frankrijk tussen 9 en 11 oktober 2017 een algemene staking zou worden gehouden. Talrijke vluchten van het vluchtschema van verweerster ondervonden de gevolgen van de staking. De litigieuze vlucht van Keulen naar Palma de Mallorca viel zelf niet binnen de stakingsperiode. Verweerster nam naar aanleiding van de staking echter omvangrijke maatregelen tot aanpassing van het vluchtschema en gebruikte het voor de litigieuze vlucht bestemde vliegtuig om als gevolg van de staking uitgevallen vluchten uit te voeren en aldus de door de staking veroorzaakte ontwrichting van het vluchtschema op te vangen. De litigieuze vlucht werd door verweerster dus met een ander vliegtuig uitgevoerd, met de voornoemde vertraging als gevolg.

 

Overweging:

De verwijzende rechter overweegt dat indien op grond van de staking ook met betrekking tot de litigieuze vlucht sprake is van een van aansprakelijkheid ontheffende buitengewone omstandigheid de zin van artikel 5, lid 3, van verordening 261/2004 er geen recht bestaat op compensatie. Over deze kwestie wordt in de Duitse rechtspraak verschillend geoordeeld. Het Hof van Justitie heeft tot dusver hierover geen uitspraak gedaan. Meest recentelijk bleven de vraag in zaak C-195/17 (TUIfly) onbeantwoord, omdat het Hof reeds had ontkend dat er sprake was van een buitengewone omstandigheid. In deze zaak had de advocaat-generaal bij het Hof van Justitie bepleit dat buitengewone omstandigheden zich niet dienen uit te strekken tot nieuwe vluchtschema’s die naar aanleiding van de buitengewone omstandigheden worden opgesteld.

 

Prejudiciële vragen:

Moet de annulering of aanzienlijke aankomstvertraging van een vlucht in het geval van een staking ook worden geacht het gevolg te zijn van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 wanneer de litigieuze vlucht niet rechtstreeks door de staking werd getroffen en volgens schema had kunnen worden uitgevoerd, maar toch is geannuleerd of met vertraging is geland doordat de luchtvaartmaatschappij om redenen in verband met de staking maatregelen tot aanpassing van het vluchtschema heeft genomen (in casu gebruik van het voor de vlucht bestemde vliegtuig om gevolgen van de staking op te vangen)?

Indien de luchtvaartmaatschappij ook in het geval van een aanpassingsmaatregel ontheven is van aansprakelijkheid:

Is het van belang of de aanpassingsmaatregel reeds voor het begin van de staking is genomen, toen nog niet duidelijk was welke vlucht uiteindelijk door de staking zou worden getroffen, of is de luchtvaartmaatschappij eveneens van aansprakelijkheid ontheven wanneer het vluchtschema pas tijdens of na de staking werd aangepast toen reeds vaststond dat de litigieuze vlucht niet rechtstreeks door de staking was getroffen?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-22/11, Finnair; C-195/17, TUIfly;

 

Specifiek beleidsterrein: IenW