C-802/19 Firma Z

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    24 december 2019
Schriftelijke opmerkingen:                    10 februari 2020

Trefwoorden : btw; geneesmiddelen; prijskortingen;

Onderwerp :

•          Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

 

Feiten:

Verzoekster heeft in het betwiste belastingjaar (2013) vanuit Nederland recept-plichtige geneesmiddelen geleverd naar Duitsland aan enerzijds personen die waren aangesloten bij een wettelijk verplichte zorgverzekering en anderzijds personen die waren aangesloten bij een particuliere zorgverzekeraar. In beide gevallen heeft zij bij de invulling van een vragenlijst over de betreffende ziekte betalingen verricht die als onkostenvergoeding worden aangeduid (hierna: “prijskortingen”). De leveringen aan de verplicht verzekerden heeft verzoekster in rekening gebracht aan de wettelijke ziektekostenverzekeraars, die deze krachten socialezekerheidsregelingen hebben betaald. Bij deze leveringen ging verzoekster er sinds 1 oktober 2013 van uit dat de plaats van de levering zich in Nederland bevond, dat zij aldaar gebruik kon maken van de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen. Voorts ging zij ervan uit dat de wettelijke ziektekostenverzekeraars op intracommunautaire verwervingen binnenlandse belasting moesten betalen. Bovendien ging zij ervan uit dat de door haar gegeven prijskortingen de maatstaf van heffing voor btw hadden verlaagd. De Duitse belastingdienst ging niet mee in het standpunt van verzoekster en heeft een aanslag vastgesteld. Het bezwaar dat verzoekster hiertegen heeft ingediend werd afgewezen, zodat zij beroep instelde. Tegen de verwerping van haar beroep heeft verzoekster beroep in Revision ingesteld waarbij zij in het bijzonder aanvoert dat zij op grond van het arrest van het Hof Elida Gibbs (C-317/94), recht heeft op een belastingcorrectie op grond van een verlaging van de tegenprestatie. 

 

Overweging:

Met zijn eerste prejudiciële vraag wil de verwijzende rechter weten of een apotheek die geneesmiddelen aan een wettelijke ziektekostenverzekeraar levert, ingevolge rechtsspraak van het Hof, recht heeft op een verlaging van de maatstaf van heffing wegens het toekennen van een prijskorting aan de verzekerden. Met zijn tweede vraag wil de verwijzende rechter weten of, indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, het in strijd is met de beginselen van neutraliteit en gelijke behandeling op de interne markt wanneer een binnenlandse apotheek de maatstaf van heffing kan verlagen, maar een apotheek die vanuit een andere lidstaat intracommunautair belastingvrij aan de wettelijke ziektekostenverzekeraar levert, dat niet kan.

 

Prejudiciële vragen:

1) Heeft een apotheek die geneesmiddelen aan een wettelijke ziektekostenverzekeraar levert, ingevolge het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 oktober 1996, Elida Gibbs Ltd (C-317/94, EU:C:1996:400), recht op een verlaging van de maatstaf van heffing wegens het toekennen van een prijskorting aan de verzekerden?

2) Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord: Is het in strijd met de beginselen van neutraliteit en gelijke behandeling op de interne markt wanneer een binnenlandse apotheek de maatstaf van heffing kan verlagen, maar een apotheek die vanuit een andere lidstaat intracommunautair belastingvrij aan de wettelijke ziektekostenverzekeraar levert dat niet kan?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: (C-317/94); (C-254/04); Boehringer Ingelheim Pharma (C-462/16); Deutsche Parkinson Vereinigung eV (C-148/15); Teleos (C-409/04); (C0146/05); Twoh International (C-184/05); X en fiscale eenheid Facet-Facet Trading (C-536/08 en C-539/08); R. (C-285/09); Commissie/Duitsland C-427/98);

Specifiek beleidsterrein: FIN-FISCAAL;