C-814/19 ABC en XYZ

Prejudiciële hofzaak   

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    26 december 2019
Schriftelijke opmerkingen:                    12 februari 2020

Trefwoorden : getroffene; verzekeringsnemer; verzekeringszaak;

Onderwerp :

•          Verordening nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken;

 

Feiten:

Verzoekers zijn AC, TM, GM en MM. De verwerende partij is ABC SL. Eind 2010 hebben AC en TM, die hun woonplaats in Engeland hebben, met ABC SL een overeenkomst gesloten voor de verstrekking van een behandeling inzake medisch begeleide voortplanting met donoreicellen in de kliniek van ABC SL in Madrid. AC werd  in 2011 zwanger met behulp van de embryo’s die in het Spaanse laboratorium van ABC SL waren gecreëerd uit donoreicellen van een Spaanse donor en sperma van TM. De behandeling hiervoor vond ook plaats in Madrid. In 2012 zijn GM en MM  geboren in het Verenigd Koninkrijk. Bij GM en MM werd vervolgens cystische fibrose vastgesteld. TM en de donor waren samen de bron van de betreffende mutatie. De verzoekers wensen tegen ABC SL vorderingen in te stellen tot vergoeding van het nadeel en de schade die zij alle vier hebben geleden ten gevolge van het feit dat GM en MM met cystische fibrose zijn geboren. Verzoekers stellen dat ABC SL hun allen krachtens het Spaanse recht inzake de onrechtmatige daad een verplichting verschuldigd was om medische diensten en behandelingen te verstrekken, en dat die verplichting is geschonden. Tegen de uitspraak in eerste aanleg, is ABC SL in beroep gegaan bij de verwijzende rechter.

 

Overweging:

De verwijzende rechter heeft twijfels over de uitleg van het Unierecht met betrekking tot drie afzonderlijke problemen: (1) Indien een getroffene de verzekeraar van een schadeveroorzaker oproept, in de lidstaat van zijn woonplaats, kan de getroffene de beweerde schadeveroorzaker dan bij die vordering in het geding roepen krachtens artikel 13, lid 3, van verordening 1215/2012, wanneer de vordering tegen de beweerde schadeveroorzaker geen betrekking heeft op „verzekeringszaken”? (2) Wat wordt in afdeling 3 van verordening 1215/2012 bedoeld met een „verzekeringszaak”? (3) Kunnen de derde en de vierde verzoeker in deze vordering als „getroffenen” worden beschouwd in de zin van artikel 13, lid 2, van verordening 1215/2012? Daarom wordt een prejudiciële beslissing van het Hof verzocht.

 

Prejudiciële vragen:

1) Vereist artikel 13, lid 3, van verordening nr. 1215/2012 [van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken] (herschikte Brussel-I-verordening) dat de feitelijke grondslag waarop de getroffene zich beroept om een vordering tegen de verzekeringnemer/verzekerde in te stellen, betrekking heeft op verzekeringszaken?

2) Indien vraag a) bevestigend wordt beantwoord, volstaat het feit dat de vordering die de getroffene wenst in te stellen tegen de verzekeringnemer/verzekerde voortvloeit uit dezelfde feiten, en wordt ingesteld in het kader van dezelfde procedure als de rechtstreekse vordering die tegen de verzekeraar is ingesteld, om te concluderen dat de vordering van de getroffene een verzekeringszaak betreft?

3) Indien vraag a) ontkennend wordt beantwoord, volstaat het feit dat de oproeping in het geding van de verzekerde in het kader van de tegen de verzekeraar ingestelde rechtstreekse vordering wordt toegestaan door de wettelijke bepalingen die de rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar regelen?

4) Omvat het begrip „getroffene” in de zin van artikel 13, lid 2, een persoon die is geboren als gevolg van technieken inzake medisch begeleide voortplanting, in omstandigheden waarin die persoon een vordering wenst in te stellen wegens beweerde nalatigheid bij de uitvoering van de bij de conceptie van die persoon gebruikte technieken inzake medisch begeleide voortplanting?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Hoteles Pinero Canarias (C-491/17); KABEG (C-340/16); Vorarlberger Gebietskrankenkasse (C-347/08); FBTO Schadeverzekeringen (C-463/06);

Specifiek beleidsterrein: JenV