C-835/18 Terracult

Prejudiciële hofzaak


Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement: 5 maart 2019

Schriftelijke opmerkingen: 19 april 2019
​​​​​​​

Trefwoorden : Belastingen; fiscale neutraliteit;

Onderwerp :

- Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

 

Feiten:

De vennootschap Donauland (in 2016 gefuseerd door overneming met Terracult) is aan een belastingcontrole onderworpen, die in maart 2014 is afgerond. Zij zou in oktober 2013 koolzaad hebben geleverd aan Almos (Duitsland), maar kon geen bewijs overleggen waaruit bleek dat de goederen het Roemeense grondgebied hadden verlaten. Daarom hebben de Roemeense belastingautoriteiten op 04.03.2014 een belastingaanslag opgelegd waarbij ten laste van Donauland aanvullende schulden zijn vastgesteld (24% btw). Donauland heeft hier geen bezwaar tegen gemaakt. Op 28.03.2014 verzocht Almos Donauland om verbeterde facturen aangezien de facturen die haar waren uitgereikt een Duits fiscaal identificatienummer vermeldden. In maart 2014 heeft Donauland de verbeterde facturen in de boekhouding opgenomen. Verzoekster heeft de op deze facturen vermelde btw afgetrokken van de btw die verschuldigd was voor de lopende periode. In de periode van 28.11.2016 t/m 10.02.2017 is opnieuw een belastingcontrole verricht, na afloop waarvan een naheffingsaanslag is opgelegd ten laste van Terracult (440.241,- RON). Verzoekster heeft hier inleidend administratief bezwaar tegen ingediend, dat op 14.07.2017 werd verworpen. Op 02.02.2018 heeft Terracult administratief beroep ingesteld bij de Tribunal Arad. Terracult stelde dat zij zich door het uitreiken van de verbeterde facturen gewoon aan de werkelijke en feitelijke belastingsituatie en aan het belastingwetboek had geconformeerd, en dat de belastinginspectiedienst haar desondanks voor dezelfde verrichte koolzaadleveringen opnieuw een aanvullende btw-verplichting had opgelegd. Zodoende had de belastinginspectiedienst het beginsel van btw-neutraliteit geschonden. De Tribunal Arad heeft het beroep van Terracult verworpen omdat zij geen bezwaar had aangetekend (zij had zich kunnen beroepen op de wijziging van de in de oorspronkelijke belastingaanslag beschreven fiscale situatie). Daarom is de oorspronkelijke belastingaanslag de fiscale bestuurshandeling waarbij definitief is vastgesteld dat de betrokken handelingen nationale leveringen zijn waarop het btw-tarief van 24% van toepassing is, en is de aanvullende btw (440.241,- RON) definitief verschuldigd geworden. Verzoekster stelde beroep in tegen dit vonnis bij de verwijzende rechter.

 

Overweging:

De prejudiciële vraag ziet op de verenigbaarheid van de nationale wettelijke bepalingen inzake de procedure voor bezwaar tegen fiscale bestuurshandelingen en de verbetering van facturen met de beginselen van fiscale neutraliteit, doeltreffendheid en evenredigheid, in de omstandigheid dat na een belastingcontrole bepaalde aanvullende informatie en gegevens worden ontdekt die tot toepassing van een andere belastingregeling zouden kunnen leiden. De verwijzende rechter is van oordeel dat de rechtsvraag in casu niet identiek is aan die in zaak C-81/17, Zabrus, waar verzoekster zich op beroept, maar dat het, gelet op de uitlegging die het Hof in zaak C-81/17 heeft gegeven en de omstandigheid dat de verwijzende rechter uitspraak moet doen in laatste aanleg, noodzakelijk is om de betrokken rechtsvraag aan het Hof voor te leggen.

 

Prejudiciële vraag:

Verzetten richtlijn 2006/112/EG en de beginselen van fiscale neutraliteit, doeltreffendheid en evenredigheid zich in omstandigheden als in het hoofdgeding tegen een administratieve praktijk en/of uitlegging van de bepalingen van een nationale wettelijke regeling volgens welke het niet toegestaan is om facturen te verbeteren – en de verbeterde facturen bijgevolg niet kunnen worden opgenomen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de verbetering is uitgevoerd – voor handelingen die zijn uitgevoerd in een tijdvak waarover een belastingcontrole heeft plaatsgevonden na afloop waarvan de belastingautoriteiten een definitief geworden aanslag hebben opgelegd, wanneer nadat de aanslag is opgelegd aanvullende gegevens en informatie worden ontdekt die tot toepassing van een andere belastingregeling zouden leiden?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Klub C-153/11; Zabrus Siret SRL C-81/17

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal